Abnormaliteit en lijdensdruk: Waar begint de ziekte?

Een van mijn allereerste blogs, dat ik schreef op de site van Orange Monday nog voor ik dit eigen blog begon, was: “Niet normaal volgens de normale verdeling”. In dit blog verdedigde ik dat niet iedere vorm van afwijken van het gemiddelde in de psychiatrie tot ziekte gebombardeerd zou mogen worden, terwijl dit veel te vaak wel gebeurt. Het thema sloot wonderwel aan op een artikel dat psychiater Menno Oosterhoff kort tevoren in de krant geschreven had.

Even wonderwel kreeg ik zelfs reacties van Menno Oosterhoff op dat blog. Ik gloeide van opwinding. Maar ik werd er toch ook wel erg nerveus van: Wat zou ik dan weer op die reacties reageren? Waarbij vooral duidelijk moest blijven dat ik prima bij mijn verstand was. Ik ging het opnemen voor de hele groep mensen die tot patiënt bestempeld zijn en daarmee niet meer voor vol aangezien worden: Psychische problemen hebben betekent niet dat je achterlijk bent of een tekort aan zelfreflectie hebt.

Maar wat heb ik daar willen verdedigen? Dat ik niet ziek ben? Weet ik dat zelf eigenlijk wel zo zeker, of is het vooral een geraffineerd verpakte maar in de aard uiterst absurde ontkenning? Met als hoofdargument dat ik “alleen maar statistisch abnormaal ben in zenuwachtigheid”? Het zal wel uit medelijden geweest zijn, dat Oosterhoff dat niet direct afgebrand heeft?

Het was zeker prettig destijds om er met mijn toenmalige eigen psychiater zo vrij over te filosoferen, en ik geloof nog steeds dat hij in belangrijke opzichten gelijk had. Maar voor wie echt lekker stabiel in het huidig psychiatrisch paradigma zit, zal het wel het grootste onzinargument ooit zijn.“Zenuwachtigheid” is immers een symptoom, een storende psychische klacht op zichzelf, en zeker als het in abnormaal hoge mate aanwezig is. Weliswaar is niet direct duidelijk van welke ziekte het een symptoom is, maar daar kunnen ze snel genoeg achter zijn door nog wat door te vragen.

Wat dat betreft denk ik ook dat ik het er bij nader inzien niet bij moet laten zitten dat ik “nu eenmaal extreem zenuwachtig ben”: Hoewel ik veel temperament- en andere eigenschappen heb die zenuwachtigheid kunnen faciliteren, lijkt het mij niet waar dat ik als een gefixeerd statistisch gegeven altijd aan de extreem hoge kant daarvan moet zitten.  Daarin was het plaatje dat mijn psychiater me voorspiegelde dus toch weer niet zó helpend, want het gaf mij de neiging me achter mijn “zenuwachtigheid” te verstoppen zoals ik veel mensen zich ook achter een eenmaal gestelde DSM-diagnose zie verstoppen.

Mijn anders-zijn geformuleerd als statistische afwijking in zenuwachtigheid valt binnen het psychiatrisch paradigma dus wel degelijk te herleiden tot een psychiatrische ziekte. Het is in de medische wetenschap zeker geen uitzondering als een “statistische afwijking” direct of indirect naar een echte ziekte verwijst. Zelfs bij het voorbeeld van lengte dat mijn psychiater destijds gebruikte, dat mij in eerste instantie een vrij neutraal voorbeeld leek, kan vanuit een medisch perspectief anders gekeken en geoordeeld worden: Extreem korte en extreem lange mensen hebben een “groeistoornis”…

Zo begon ik mij langzaam aan af te vragen of het dan soms toch waar is, dat alles wat extreem ver van het gemiddelde afwijkt een ziekelijke afwijking moet zijn. In de meeste gevallen van afwijkingen die wel functioneel zijn, zoals lang zijn voor een basketballer, gaat het toch om afwijkingen van het gemiddelde die niet tè extreem zijn. Afwijkingen waardoor iemand iets extreem goed kan, zullen minder snel onder het ziekte-begrip vallen: Extreem hard kunnen sprinten, extreem intelligent zijn. Tenzij de daarvoor benodigde eigenschappen ook nadelen zouden hebben die zo groot zijn of zodanig van aard, dat het voordeel het niet kan compenseren…

Hoe dan ook is het zeker niet voor niets geweest dat ik überhaupt de psychiatrie opgezocht heb. Ik heb echt wel ergens last van, en ik wilde er heel graag mee geholpen worden! Er valt ook echt te vrezen dat ik geen volwaardig leven kan hebben met deze problemen!

Nu ik eenmaal geleerd heb om mijn moeilijke ervaringen en afwijkende gedragswijzen als symptoom te herkennen, kan ik er niet echt meer omheen dat ik inderdaad “ziek” moet zijn (binnen het huidig psychiatrisch paradigma.)

Desondanks heeft het mij niet echt geholpen om het als ziekte te beschouwen en te laten behandelen. Om te beginnen werkt de interpretatie van mezelf als gestoord en ziek persoon zeer schadelijk in op mijn zelfvertrouwen en stemming. Het Nocebo effect van het hebben van een diagnose!

Een behandeling moest dus wel extreem effectief zijn, om dat nog te kunnen compenseren. In werkelijkheid was de effectiviteit van geboden behandelingen over het algemeen matig tot nihil.

Voor zover hulpverlening mij iets van hulp heeft kunnen bieden, had dit strikt genomen weinig met het behandelen van ziekte per se te maken. Het ging vooral om contact maken, en om helpen herstellen van enig vertrouwen in mezelf en de medemens.

Al zijn dit vaker belangrijke thema’s bij het behandelen van persoonlijkheidsstoornissen en andere psychische “ziektes”, lijkt het me hier toch te gaan om tamelijk universele menselijke behoeftes. Ook al die mensen die (nog) niet formeel “ziek” zijn maar toch, ieder op zijn eigen manier en intensiteit, worstelen met zichzelf en hun omgeving, kennen deze behoefte.

Het verschil is vaak dat zij in hun eigen omgeving daarvoor voldoende sociale steun hebben, om het vol te houden en niet “ziek” te worden, zodat zij niet genoodzaakt zijn hiervoor professionele hulpverlening te zoeken. Bij de meeste mensen heb ik niet zo zeer de indruk dat zij werkelijk zoveel betere en flexibelere coping vaardigheden zouden hebben dan iemand met een persoonlijkheidsstoornis. “Beter” wel in de zin van: Het werkt. Het is voldoende, het is goed aangepast aan hun omstandigheden; Ze kunnen er bevredigend mee leven, vooral zo lang het lukt om ongeveer dezelfde omstandigheden te handhaven of om vloeiend mee te stromen met de “kudde” als er veranderingen zijn.

Veel meer is het niet voor de grote, niet-zieke middenmoot. Ook veel van hen ervaren een zekere lijdensdruk onder de verplichting om normaal te zijn en te blijven. Ze weten dat als ze niet “gek” of “ziek” willen worden, ze dus “normaal” zullen moeten blijven doen…

Advertenties

Negatief narcisme, gif en geneesmiddel.

 

zelfreflectie donker

Al geruime tijd vrees ik dat anderen denken dat ik aan een soort negatief narcisme doe, dit maar niks vinden en daarin groot gelijk hebben. Ik ben nogal veel met mezelf bezig, en dan vooral met mijn angsten, frustraties, problemen en tekortkomingen van al dan niet imaginaire aard. Vandaar de term “negatief narcisme”.

Ook met het bloggen betrap ik me op veel van dat negatief narcisme. Daarom wil ik nu graag iets uitleggen over de achtergrond van dit gedrag. Ik denk dat ik er weliswaar nog teveel aan vast zit, maar dat het niet zuiver slecht is.

Negatief narcisme als zelftwijfel op zoek naar kennis.

In essentie komt mijn egocentrisch gedrag voort uit diepgaande zelftwijfel. Omdat twijfel het begin van kennis is, kan ik die twijfel niet negeren. Ik zoek naar kennis, wil weten wie ik ben, wat ik kan. Juist omdat ik alleen dan een goede basis heb om in de buitenwereld en met andere mensen tot zinvolle activiteit te komen. Uiteindelijk is dat wat ik werkelijk wil.

Mijn zoektocht naar zelfkennis is door de diepste krochten van de hel in het GGZ gegaan. Daar heb ik uitgebreid vivisectie gedaan op mijn ziel en persoonlijkheid, en alle mogelijkheden van wat maar mis met iemand kan zijn, serieus voor mezelf overwogen. Onder lange tijd aanhoudende aanmoediging vanuit het GGZ,  heb ik al mijn vermeende sterke kanten onder vuur genomen, en me afgevraagd of ze niet in werkelijkheid ziekelijk zwak zijn. Er is tijdens mijn zoektocht naar zelfkennis veel geweld gebruikt, zodat er niets positiefs meer overeind kon blijven staan.

De enige min of meer betrouwbare eigenschap die mij nog overbleef in mijn zelfbeeld, is een flinke dosis neuroticisme. Daarnaast is er diep in mij  een vurig in stand gehouden indruk dat er ergens positieve kwaliteiten moeten zijn. Soms denk ik er iets over te weten, wat mijn sterke kanten werkelijk zijn. Maar ze kunnen niet als een paal boven water staan. Voor mij zijn ze niet te bewijzen en nauwelijks te verdedigen. Vandaar ontstaat mijn streven om bewijzen te brengen vanuit het negatieve, het enige dat nog enigszins betrouwbaar lijkt.

Noodzakelijkheid en gevaar van de aandacht voor problemen.

Ook in mijn huidige therapiegroep wordt het meeste werk gedaan vanuit intensieve aandacht voor onze problemen. Deze therapiegroep biedt nu gelukkig wel een vriendelijke en veilige omgeving. Ik kan nu eindelijk constructief werken met mijn problemen, in tegenstelling tot het destructieve werk dat ik jarenlang gedaan heb. Maar het is nog steeds nodig om met mijn problemen bezig te zijn, om ze te kunnen oplossen.

Vanwege deze noodzaak tot intensief bezig zijn met de eigen problemen, krijgen veel mensen met psychische problemen ook te maken met moraliserende verwijten dat ze teveel met zichzelf bezig zijn. Terwijl deze mensen echt grote problemen hebben met zichzelf, waar dringend iets aan moet gebeuren. Dit geldt óók als het erom gaat dat anderen nog ooit eens plezier van hen kunnen hebben, maar dat blijkt moeilijk uit te leggen aan mensen die op dit moment vooral last hebben van iemands gezeur over zichzelf.

20150613_195704

De verwijten, hoe irritant en niet helpend ook, zijn meestal niet eens geheel onzinnig. Er is een groot risico om door te schieten met negatieve aandacht voor zichzelf. Ik denk dat de meeste mensen de natuurlijke en gezonde neiging bezitten om voldoende aandacht aan zichzelf te besteden. Sterke aandacht voor gevaar en problemen is ook noodzakelijk om te overleven, als er echt gevaar is. Maar als het gaat over gevaar dat zich vooral in ons eigen hoofd afspeelt, blijkt het vaak erg moeilijk te zijn om hier goed mee om te gaan. Mensen die geneigd zijn tot veel angst en een sterke focus op problemen, hebben daardoor een verhoogd risico op psychische problemen èn een verhoogd risico om daar teveel mee bezig te zijn. Als mensen zodanig verstrikt raken in zelf bedachte ellende en bijbehorende negatieve emoties, dat redelijkheid en vriendelijkheid niet meer binnen lijken te komen, wordt deze manier van aandacht verdelen zelf gevaarlijk. Daarbij zullen verwijten meestal een negatief effect hebben, maar de wanhoop verspreidt zich over de omgeving, die nog wel gezien heeft hoe deze ramp zich ontwikkeld heeft doordat iemand een negatieve focus op zichzelf heeft…

Het blijkt dus dat een al te sterke aandacht voor de eigen problemen behoorlijk giftig kan zijn. Maar de dosis maakt ook hier het verschil tussen geneesmiddel en gif. De uitdaging zit voor mij niet in het vermijden ervan, maar in het juist doseren.

In mijn beleving zijn veel mensen te bang voor het gif, en doen het tegendeel van wat ik doe. Ze stoppen hun problemen weg voor anderen en vaak ook nog voor zichzelf. Hierdoor worden ze niet goed zichtbaar terwijl ze er wel zijn. Het ongezien laten voortwoekeren van problemen lijkt me niet minder rampzalig dan een overdosis aan aandacht voor problemen. Ik streef ernaar om problemen aan het licht te brengen, inzichtelijk te maken, en andere mensen met problemen te laten zien dat ze niet alleen zijn.

Bevrijding van het negatief gevoel in beweging!

Soms voelt het zelfs bevrijdend, bevredigend en positief, om het negatieve vanuit mezelf naar buiten te brengen. Negatieve emoties willen iets in beweging brengen, zijn daarin misschien nog wel feller dan positieve emoties. Juist als ze tegengehouden worden, worden ze gemeen en giftig. Ze de beweging laten brengen die ze nastreven, is een grote bevrijding. Wel kan het moeilijk en riskant zijn om de weg te vinden waarop ze tot hun ware en goede werking kunnen komen. Ik heb dit lang niet mogen of durven oefenen, en nu doe ik het wel.

zelfreflectie veel

Ik hoop dus dat ik ergens wel goed bezig ben, maar tegelijk weet ik ook dat ik vaak een te hoge dosis neem. Steeds als dit enige keuze is die voor mij open lijkt te staan, behalve niets doen. Vandaar dat ik met vergiftigingsverschijnselen en al, mijn weg voortzet, als een negatief narcist door nacht en nevel. Zonder zekerheid of stabiliteit in mezelf waarop ik kan vertrouwen. Maar met een klein vonkje hoop en een vurige wil tot leven! Zoekend naar wat mij nog ontbreekt, naar het ware positieve en naar de ander….