Geen persona of geen persoonlijkheid?

Soms zou ik wensen dat ik helemaal geen persoonlijkheid nodig zou hebben. Ik wil gewoon een leven hebben, in plaats van steeds aan mezelf te moeten werken. Het duurt nu al zo oneindig lang dat ik dat probeer, en het lijkt ook niet eerlijk. Andere mensen zijn er ook lang niet altijd zo mee bezig om zichzelf steeds te moeten verbeteren, terwijl die toch ook niet allemaal zo’n enorm hoogstaand ontwikkelde persoonlijkheid lijken te hebben. Natuurlijk zijn daarin grote verschillen, maar ik meen toch dat er meer dan genoeg mensen rondlopen die zichzelf zelfs nog slechter voor elkaar hebben dan ik mezelf en het desondanks stukken beter naar hun zin hebben en/of in hoger aanzien staan. Dus waarom moet ik dan zo nodig maar blijven sleuren aan mijn persoonlijkheid die zich afwisselend als dood paard, paniekerig paard en opstandig paard gedraagt bij alles wat ik eraan zou willen verbeteren?

Natuurlijk omdat dat ik me nog steeds regelmatig met dermate schaamtevolle stumperigheid achter de vermeende feiten aan zie rennen dat ik nog veel liever hard zou weglopen. Het lijkt dan wel of ik echt helemaal NIETS goed kan doen. Bijna niets wat ik van mezelf zou kunnen laten zien lijkt aanvaardbaar voor mezelf en al helemaal niet om door een ander gezien te worden. Mochten er nog wat fragmentjes overblijven die ik wel vind kunnen, dan zijn dat er toch echt niet genoeg.

Het is wel de vraag wat het dan precies is waar ik zo schandalig op misgrijp in zulke panieksituaties. Voor een deel kan die narigheid veroorzaakt worden doordat ik tijdelijk niet in staat ben om mijn eigen goede en sterke kanten te zien, terwijl mijn fouten en tekortkomingen overmatig de aandacht opeisen. Dan zie ik mijn schaduw dus groter dan mijn persoonlijkheid, maar betekent dat ook dat er met mijn persoonlijkheid zelf iets mis is?

Vaak ben ik vooral ook erg bang voor wat de ander ziet. Ik ga er dan van uit dat dit zeer negatief is en bovendien dat het als het negatiever is dan wat ik oorspronkelijk zelf dacht over mezelf, het dus ook meer waar is dan wat ik zelf dacht. Eigenlijk is het dan meer mijn “persona” dan mijn persoonlijkheid die mijn wantrouwen in eerste instantie wekt. De betekenis van “persona” is ook wel masker. Het is dus iets eigenlijk oppervlakkigs dat je verkiest aan anderen te laten zien. In het normale sociale verkeer worden dergelijke maskers veel gebruikt, en het ontwikkelen van een geschikte persona voor voorkomende situaties kan wel gezien worden als onderdeel van normale persoonlijkheidsontwikkeling. Desondanks lijkt mij ook dat een echte, goed ontwikkelde persoonlijkheid zou maken dat je die oppervlakkige maskers niet meer nodig hebt, omdat je als compleet persoon in staat bent om in iedere situatie zowel authentiek te blijven, als ook voldoende aangepast te zijn aan de situatie en sociale context. Zowel in contact met je diepste innerlijke passies als ook in vruchtbare verbinding met de buitenwereld zou je optimaal in je kracht komen en creatief kunnen realiseren wat je aan mogelijkheden hebt in het leven…

Deze voorstelling maakt verder werken aan persoonlijkheidsontwikkeling dan toch wel weer aantrekkelijk. Het kan dan wel zo zijn dat veel anderen ook niet optimaal ontwikkeld zijn, maar dit is eigenlijk toch niet voldoende reden zijn om het zelf dan ook maar niet meer te proberen. Complexe emotionele conflicten en crisis schijnen zelfs te kunnen bijdragen aan diepgaande ontwikkelingen van persoonlijkheid, zodat mijn vermeend kansloze achterstand op de vermeende feiten misschien toch niet zo onoverkomelijk hoeft te zijn als het mij in de angst steeds voorkomt. Maar ga mij niet vertellen dat de angst altijd liegt, want dat zou in strijd zijn met het beetje persoonlijkheid dat ik tenminste al wel heb!

Wel zou ik me zowel in dit blog als overal anders ook wel graag eens van een totaal andere kant willen laten zien, en zonder steeds mijn schaduw voor mijn persoonlijkheid te schuiven bij gebrek aan persona. Ook zou ik mezelf wel helemaal willen kunnen overslaan en juist met al het andere bezig gaan, dat zo veel verrijkender is of lijkt, maar dan lijkt de keuze die ik zou kunnen maken uit en de manieren waarop ik zou kunnen omgaan met “al het andere” toch weer al te griezelig naar mij zelf terug te verwijzen. Bij leven de eigen persoonlijkheid vermijden is kortom een onmogelijke opgave, maar ik vind het nog altijd erg lastig wat ik er dan wel mee moet.  Voor de rest gaat het trouwens wel prima, hoor (echt waar!).

*

(Afbeelding: Een werk van Titia van Beugen)

Advertenties

WAT mag eigenlijk “werkelijk leven” heten?

Een aantal keren al, heb ik geschreven over “leven” als zijnde iets dat ik nog moet leren, waarvoor ik angsten moest overwinnen, en zelfs als iets dat onmogelijk leek, iets dat ik bij volledig bewustzijn toch verloren kon hebben.

Het is tegenwoordig vrij gebruikelijk om het woord “leven” in een dergelijke betekenis te gebruiken, verwijzend naar iets anders dan wat het in zuiver biologische zin betekent. Het idee dat je niet echt “leeft” als je bijvoorbeeld niet tot het uiterste gaat, niet geniet of niet succesvol bent et cetera, is wel haast een cultuurfenomeen te noemen.

Hoewel ik zelf altijd het gevoel gehad heb dat een dergelijke vorm van levensdrift, die een leven op een laag pitje niet kan accepteren, voor mij geheel natuurlijk is, wordt er dus ook vaak gesuggereerd dat dit iets is waarmee mensen zich door de huidige in westerse welvaartslanden heersende cultuur het hoofd op hol laten jagen. Ik denk wel dat het feit dat de cultuur het óók nog eens eist, de totale druk van deze zelfverwerkelijkingsdrift gevaarlijk hoog kan doen oplopen.

Wat ik geneigd ben onder “werkelijk leven” te verstaan als ik niet uitkijk, is voortdurend maximale stimulatie, afwisseling en uitdaging, waarbij sympathisch zenuwstelsel, zintuigen en spieren alle registers opentrekken en er daarbij bovendien nog in slagen de niet-stressgerelateerde hersendelen maximaal te doen functioneren.

Naast dergelijke redeloos opgeklopte verwachtingen van mijn acties en ervaringen, zijn er ook nog de prestatie-eisen waarbij ik alleen mag overleven als ik de aller-, allerbeste ben, en ik mag nooit iets doen waar in de ogen van enig ander ook maar iets mis mee is. Laat staan natuurlijk dat ik iets mag doen of nalaten in strijd met wat ik zelf goed vind!

Zo bezien zijn er drie belangrijke problemen met mijn leven, die maken dat ik zelf het gevoel kan hebben dat ik “niet leef”:

  1. Ik stel onmogelijke eisen aan wat ik doe en ervaar om het “leven” te mogen noemen.
  2. Ik stel onmogelijke eisen aan wat ik doe om mezelf het recht te durven gunnen dat ik màg leven.
  3. Het moeten voldoen aan deze onmogelijke eisen roept dusdanig intense stressreacties op, dat ik niet anders meer kan dan tamelijk primitief vermijden of afreageren. Hiermee versterk ik de hele situatie “Ik leef niet en heb daar het recht ook niet toe”, zoals deze volgt uit de combinatie van mijn eisen en de werkelijkheid.

Eigenlijk denk ik dat veel mensen in deze cultuur een beetje deze problemen hebben. Meestal kunnen mensen nog wel voorkomen dat dit soort existentiële problematiek al te storend en al te bewust wordt, of dat het zelfs duidelijk merkbaar wordt voor anderen. Maar het lééft wel bij veel mensen. De huidige tijdgeest is niet voor niets uitgemaakt voor “Borderline Times” en “Age of Anxiety”. Al schijnt die laatste term ook al voor andere, vroegere tijden gebruikt te zijn. Het doordraven van zowel mensen als hele samenlevingen is dan mogelijk toch van alle tijden…

 

Het streven om “werkelijk te leven”, dat ik als natuurlijke drift ervaar, beschouw ik op zichzelf toch nog steeds als gezond. Tegelijk herken ik ook de dynamiek waarin het tot een onmogelijke eis verwordt, die zowel door de natuurlijke drift als ook door de cultuur opgejaagd word. Ik moet dus uitkijken dat ik wel realistisch blijf over wat onder “werkelijk leven” verstaan dient te worden. Hoge intensiteit van actie, ervaren en ook denken, is wel iets dat er voor mij ècht bij hoort, maar zelfs niet als ik “evenwichtige afwisseling” aanbreng in wàt ik dan zo intens wil doen, kan het niet voortdurend maximaal zijn. Ook is het gewoon niet waar, dat ik alleen mag overleven als ik de aller, allerbeste ben. Wel wil ik graag presteren, maar dat is heel iets anders dan de redeloze maximaliserende dwang die niet toelaat dat enig ander dier ergens beter in is.

Ondanks dit alles, bedacht door mijn redelijk verstand, kan ik nog steeds wel eens het gevoel hebben dat ik “niet werkelijk leef”. Dan zit ik aan de schaduwzijde van mijn leven. Maar ik zie de schaduw zo donker, omdat er ook licht is! Licht in alle intensiteiten en kleuren, méér omvattend dan alleen het zichtbare spectrum. Eigenlijk ga ik juist ook graag in de schemerzone van het leven staan. Daar vandaan kan ik tegelijk contact maken met zowel de lichte als de duistere kant. Het voelt niet altijd goed maar ik leef wel degelijk en zelfs in zekere zin juist zó heel erg “ten volle”.

Wel zie ik vanuit mijn observatiepost in de schemering helder genoeg: Ik ben nog altijd niet voldoende vertrouwd met het volle daglicht. Gedraag me toch nog te vaak schichtig als een wezen van het duister dat vreest gedood te worden door de blikken van mensen die mij kunnen zien! De angst zit er heel diep in, hoe zeer er ook geen redelijke reden toe is. Er valt nog veel te zien en te doen aan de “lichte” kant van het leven, waar ik mij nog te weinig aan gewaagd heb. Desondanks is het ook nu al “werkelijk leven” wat ik doe, en dat al sinds mijn noodlottige conceptie met alle recht van de wereld bovendien!

fractal where dreams are born

Vakantie als finale van de “altijd vakantie”!

Altijd vakantie”, NO WAY!!!

Relatief kort nadat ik ontslag had genomen van mijn laatste verblijf in een psychiatrische instelling, en ik net genoeg moed bij elkaar had weten te schrapen om een sportschool te bezoeken, liet iemand zich daar een opmerking ontvallen met: “…. Bianca, die heeft altijd vakantie”. Waarschijnlijk niet meer dan een wat onhandig eruit geflapte, lollig bedoelde opmerking, die ik hem verder niet persoonlijk kwalijk neem. Maar echt. “Altijd vakantie”?!? Niets was minder waar, al hoefde ik inderdaad nooit te werken. Maar het voelde veel meer als een straf, door uitsluiting als zelfs nog pijnlijker alternatief voor opsluiting, dan als vakantie!

Op vakantie gaan was zelfs helemaal geen optie. Mijn gang naar de sportschool was al een groteske overschrijding van de grenzen van waar mijn angst nog beheersbaar bleef. Ik deed dus al wat ik kon en schoot toch nog schromelijk tekort in mijn pogingen om aan de saaiheid van mijn al te beperkte bestaan te ontsnappen.

Door het niet hoeven werken, en de door iedereen in mijn omgeving drastisch naar beneden bijgestelde verwachtingen, waren zo goed als alle verplichtingen waar een mens maar enigszins onderuit kan, weliswaar weggenomen. Maar de enige verplichting waar geen ontsnapping van mogelijk is, bleef ik pijnlijk voelen in ieder spoortje bewustzijn: De verplichting om te leven, zo lang ik niet sterf.

Die “vakantie” is het, die nu eindelijk echt ten einde loopt. Langzaam heb ik geleerd mijn verplichting om te leven, weer steeds beter aan te kunnen. Niet dat ik me nu onkwetsbaar voel, maar het lukt tenminste weer om met mijn kwetsbaarheid te leven. Daarbij helpt mij ook om bewust te blijven dat ieder mens kwetsbaar is, en niet alleen maar ik, of mensen die ziek zijn en/ of als “ziek” bestempeld (geweest) zijn.

1340

Eindelijk geen “vakantie” meer!

Zo ga ik aankomende september te beginnen aan een fulltime Masterprogramma, met de serieuze bedoeling om dit af te maken en via die weg te ontkomen aan de veroordeling tot arbeidsongeschiktheid. Ondanks een aantal gesprekken die ik gevoerd heb ter oriëntatie daarop, die behoorlijk ontmoedigend waren. Ondanks dat het aanmelden voor een Master ook al een soort sollicitatie bevat, en ik een motivatiebrief en een acceptabel ogend CV in elkaar heb moeten wrochten. Gelukkig waren er ook mensen die mij steunden hierin. Bovendien sta ik nu zelf ook zodanig achter deze keuze, dat ik mij niet bij ieder beetje tegenspraak laat terug jagen. En ik ben aangenomen voor de Master die ik het liefste wilde doen!

Aangezien de programmacoördinator alle studenten alvast een fikse portie studiemateriaal aanbeveelt, die je geacht wordt te beheersen bij de start van het programma, heb ik daar nu al aardig wat werk aan. Zowel het alweer een aantal jaren eruit geweest zijn, als het nooit werkelijk aangeleerd hebben van studievaardigheden, is nu wel voelbaar. Maar ik merk ook dat ik, hoewel ik er af en toe nog wel wat over in de stress schiet, wel het overzicht behoud, durf te proberen, en zowel inhoudelijk als qua studie-aanpak nu al veel aan het leren ben, wat erg leuk en interessant is!

1330

Een ECHTE vakantie!

Intussen ben ik nog wel op VAKANTIE geweest! En niet zomaar een voorzichtige vakantie, nee op een groepsreis voor singles, met mensen die ik nooit eerder gezien had, veertien dagen naar Noord-Italië, en voor het eerst kamperen ook.

Deze dagen waren goed gevuld met leuke en spannende activiteiten, en er was geen ontkomen aan sociale situaties. Soms nog erg beangstigend, confronterend en triggerend. Gelukkig was de reisleider ook echt een goed aanspreekpunt voor zulke dingen, zelfs al was hij tien jaar jonger dan ik en niet “ervaringsdeskundig”. Bovendien bestond de groep uit leuke mensen die gemakkelijk in de omgang waren, en met wie best te praten viel, zelfs over moeilijke onderwerpen.

Zo kwam het dus toch goed met die vakantie. Ik heb enorm genoten van de omgeving, de activiteiten, en van de sociale situaties waarin ik NIET teveel door angsten, frustraties en beladen herinneringen belaagd werd. Leren kamperen, nieuwe spelletjes geleerd, heerlijk in de bergen wandelen, inspannend en ontspannend tegelijk, met geweldige uitzichten. Voor de eerste keer raften, windsurfen en klettersteigen (“Via Ferrata”).

Onderdompeling in spanning en vrijheid!

Het allerbeste hoogtepunt vond ik het canyoning. Weliswaar was ik opnieuw erg nerveus aan het begin van die activiteit, en daarbij was het eerste wat we moesten doen, ons direct aan een touw van een hoge brug af laten zakken. Volledig vertrouwen op een stel onbekenden en hun touwen.

Dat moest daarna nog een aantal keren, want we liepen en klauterden niet alleen door een canyon, we lieten ons ook van watervallen zakken of het waterglijbanen waren. De eerste keren aan een touw, maar daarna ook los! Handen voor de borst en gaan! Het was geweldig: Het koude water was prikkelend, watervallen bleken de ultieme waterglijbaan. De rotsen mooi rond uitgesleten door het water, en dan samen met het water te vallen midden in de prachtige natuur. De plons die je maakte onderaan de waterval, kopje onder in het heldere maar onrustige water, en het wegzwemmen in de stroming onder de waterval-douche door.

Als finale van deze prachtige ervaring een Sprong in het Diepe: Van acht meter hoogte in het witte schuim onderaan een waterval springen vanaf een platform in de rotsen. Een van mijn reisgenoten deed dit met een supercoole, relaxed ogende salto achterwaarts. Ik zelf bleef echter, ondanks vastbesloten te zijn om te gaan springen, nerveus naar beneden staan kijken, tot 3x toe niet in staat mezelf te dwingen tot de sprong. Terwijl ik zo graag wilde, en het me ook echt leuk leek…

1302

De gids, een stoere man, liet me dan ook niet terug gaan. Echt niet. Ook hij wist, dat ik wilde springen. Mijn reisgenoten begonnen mij met luid roepen aan te moedigen. Nog keek ik in het schuim, nog twijfelde ik of ik, met door angst beïnvloedde motoriek, die sprong nu echt wel veilig kon maken. Bovendien vertelden mijn zintuigen mij simpelweg dat het er niet als goed idee uitzag. Vooral niet als een veilig idee; een goed idee toch wel degelijk! Ik verlangde naar de sensatie, voelde me mentaal daarin opgetild door het geroep van mijn groepsgenoten, en nam eindelijk de sprong!

De sprong ging helemaal goed en voelde fantastisch. Ik voelde me een totaal ander persoon dan degene die in de angst blijft hangen. Voelde tegelijk ook dat ik dezelfde persoon was, maar dan van de betere kant. Ik ben mijn lichte en mijn donkere kant, zowel nerveus als ook moedig, ja in vele opzichten bijna in strijd met de logica, kan ik zelfs iets zowel wel als ook niet zijn…

Deze tegenstrijdigheid vormt mijn ontwikkelingspotentiaal, en daarmee ga ik aan het werk. Stel mijn redelijk vermogen aan in dienst van mijn emoties, en eveneens andersom. Opdat beide productief mogen worden, èn plezier kunnen maken, èn de veiligheid bewaken. Als het aan mij ligt ga ik nog vaak op vakantie, maar nooit meer “altijd vakantie”!

1368

Geloven, Idealen en Angst. Chaos in ontwikkeling.

fractal feelings 10

In de angstige benauwenis van mijn eigen bekrompen problematiek blijken behoorlijk grote thema’s rond te zweven. Zoals geloven en idealen.

Zowel in het grote als in het kleine heb ik vaak moeite om ergens in te geloven, en dat met goede bedoelingen. Namelijk omdat ik geloof dat het niet goed is om dogma’s aan te hangen die waarheidsvinding verhinderen. Ik geloof dus wel degelijk ergens in, maar waar in eigenlijk?

Mijn “geloof” lijkt niet coherent genoeg te zijn om er iets mee te kunnen, en ik vermoed dat het erg handig zou kunnen zijn om dat te veranderen. Dan zou ik misschien niet meer zo’n karikaturaal neurotische twijfelaar hoeven zijn, en eindelijk eens iets kunnen bereiken in het leven.

Als ik volgens de reguliere systematiek zou moeten aangeven wat mijn geloof is, dan ben ik “agnostisch”, wat heel typerend zegt dat ik geloof dat ik het niet weet. Daarbij heb ik wel gemerkt dat waarheidsvinding hoog op mijn ethische agenda staat, en dat ik vind dat mijn leven zinloos is als ik geen verbinding maak met anderen en als ik niets creëer dat boven mijn persoon uit komt. Verder hecht ik grote waarde aan zelfontwikkeling en aan intense, afwisselende sensaties in het leven. Ook voel ik me diep van binnen tot ver boven mijn macht betrokken bij het lot van mensheid en wereld. Van daar uit ervaar ik een drang tegen beter weten in om de wereld te verbeteren, en op dit gebied wordt het meest indringend duidelijk dat ik het niet weet: Ik weet niet wat de wereld echt nodig heeft om te verbeteren. Al is het alleen al omdat ik zowel het individu als het grote geheel in eer zou willen houden, zodat iedere keuze voor concessie van het een aan de ander in mijn voorstelling van de ideale wereld zich in mijn geweten toont als een misdaad.

In principe zou het geen probleem mogen zijn om niet te weten hoe de Ideale Wereld er uit zou zien, aangezien het sowieso ver boven de macht van een individu ligt om dit ideaal zonder hulp te kunnen bereiken. Bovendien is het voor het persoonlijk functioneren in de maatschappij helemaal niet nodig om ideeën te hebben voor het verbeteren van de wereld. In tegendeel, mensen die macht hebben willen dat over het algemeen graag zo houden, dus als de wereld verbeterd moet worden, dan moet dat volgens hun idealen. Het volk mag daarin de door de machthebbers voorziene rol in vervullen, en hoeft daar dus vooral niet zelf ideeën over te hebben, tenzij die ideeën compatibel zijn met die van de machthebbers.

In werkelijkheid heeft het volk wel degelijk eigen ideeën en idealen, en niet te weinig ook. Er is een enorme keuze aan idealen en radicaal daar aan tegengestelde idealen waar wel groepjes mensen voor te vinden zijn die ervoor in actie willen komen. Wat dat betreft moet er dus ook voor mij ergens wel een plekje zijn, zou je zeggen. Maar dan moet ik dus wel een ideaal kiezen waar ik zodanig achter sta dat ik ook andere idealen durf te bestrijden, zelfs terwijl duidelijk is dat die andere idealen ook bedacht zijn door denkende mensen met goede bedoelingen. Wat nu als die anderen toch gelijk hebben?

Vandaar dat veel filosofisch ingestelde types zich liever bij het zuivere denken houden, en vooral niet de handen vuil willen maken aan handelen. Hoe mooi ze het ook weten te brengen, het is iets waar ik toch best een felle mening over blijk te hebben: Ik vind het laf. Dat wil zeggen dat ik het vooral laf van mezelf vind, want zelf kies ik er net zo goed door niet te kiezen voor om niets te doen. Ik wil dus weg uit het hoekje van laffe denkers die niet willen doen, maar ik vrees dat ik echt niet voldoende weet wat ik doe om me dan niet in hersenloze actie te storten. Of anders een beetje halfhartig bijdragen aan iets waarvan ik eigenlijk niet zo weet of ik het er wel mee eens ben. Dan kan ik me continu in verschillende richtingen schuldig voelen over de halfhartigheid, en incompetent en minderwaardig vanwege het niet-weten.

Ook hier lijkt mijn tegenstrijdig temperament mij dus behoorlijk parten te spelen. Hiermee wil ik dus ook zeggen dat ik vermoed dat de keuze van geloof en idealen in het algemeen veel te maken hebben met het karakter van de persoon die kiest. Het zou mij niets verbazen als de drang tot waarheidsvinding die veel filosofen en wetenschappers drijft, uiteindelijk voor een aanzienlijk deel gefundeerd is in angst. Zekere kennis geeft veiligheid. Niet veel anders is het met ethiek, in ieder geval volgens Nietzsche en ik kan hem daarin goed volgen. Waarom willen wij het Goede? Is dit niet voor een groot deel omdat we het Kwaad vrezen?

Maar de vraag is, devalueert dit perspectief de drang tot kennis, en terzijde ook de ethiek? Of heeft angst misschien toch meer “goeds” te bieden dan we over het algemeen willen toegeven?

*

fractal restless feelings

Natuurlijk wil ik niet stoppen bij de angst, al zit ik er nog zo diep in, want ja ook die andere kant van mijn temperament wil zijn deel hebben! Toch is het maar de vraag, of dat andere deel tot betere keuzes motiveert, als het weinig op heeft met ethiek en waarheidsvinding…

Het ideaal van mijn eigen functioneren kan ik zo doende toch bedenken: Angst zorgt voor alertheid, voorzichtigheid, en scherpe verdedigingsreacties waar iets van waarde verloren dreigt gaan. Maar dadendrang zorgt dat er ook daadwerkelijk actie van komt, dat ik het leven dat ik verdedig ook een invulling geef die de moeite waard is!

Voor mijn persoonlijke ideale samenwerking van driften zou de angst wel bereid moeten zijn om het beduidend rustiger aan te gaan doen. Om zijn ideale effect te bereiken is over het algemeen een zeer matige angst geschikt, terwijl slechts bij heel specifieke gelegenheden de angst zijn beste werk doet door in de hoogste versnelling te gaan. Een hoog oplopende angst die continu alleen de regie in het brein wil hebben, ondermijnt uiteindelijk zijn eigen doelmatigheid en doet het gevaar alleen maar toenemen.

Het is bijna alsof de angst op zijn eigen manier in het Gevaar gelooft alsof het God is. Belangrijker dan al het andere is je leven lang jezelf bewijzen tegenover het Gevaar. En als eenmaal de tijd gekomen is dat er niets meer aan te doen is, is het enige dat er nog blijft en dat je zelfs wenst, om door het Gevaar opgeslokt te worden…..

fractal revelation

Daarom wil ik niet dat de angst alleen regeert, en niet dat enige dogmatische tunnelvisie alleen regeert. Alle dogmatische tunnelvisies lijken mij diep van binnen door angst geregeerd te worden, vaak geassisteerd door andere driften, soms ook door een Idee. Dit geldt ook voor tunnelvisies die als ideaal hebben “alleen nog liefde en geen angst meer”, of anderszins een eenzijdige focus hebben op het “positieve”. Ook daar wil ik dus niet in geloven, waaruit ik kan concluderen dat ik zelf wel degelijk in iets anders geloof, al is het nog zo onduidelijk wat precies.

In alle onduidelijkheid is er dus wel iets duidelijk: Ik denk van alles, ik voel van alles, ik wil van alles, en ik merk zelfs dat ik in van alles geloof. Maar het is chaotisch in een ontwikkeling die zonder zelfs maar zekerheid over wat boven en beneden is, het hoogst haalbare, onbekende en mogelijk vooraf onkenbare doel wil bereiken. Misschien kan ik ooit nog iets moois en bijzonders uit deze chaos doen ontstaan, maar het is nog te vroeg en te angstig om daar echt in te kunnen geloven.-

fractal where dreams are born

Afbeeldingen: Fractals van Titia van Beugen, de vrouw die het leven gaf aan de schrijfster van dit blog en zelf haar leven verloor in februari 2010. Haar website “Credendo vides” (zie door te geloven!)  is nog online. Zeker de moeite waard om te bekijken!