Gevaarlijke overbruggingen in en uit de GGZ.

Bruggen zijn eigenlijk bedoeld om veilig over te steken. Om een brug werkelijk op die manier te gebruiken, is toch een zekere stabiliteit vereist en de intentie om inderdaad veilig over te steken. Iemand in grote psychische nood kan heel anders naar een brug kijken. Bovendien is sowieso niet iedere brug even veilig.

In dit artikel komen drie gevaarlijke bruggen voor de persoon in psychische nood ter sprake: De brug naar de goede behandelaar, die vaak gevaarlijk en gammel is maar waarbij de overkant bereiken wel je redding kan betekenen, de brug waar je misschien van af zou willen springen, en de brug van een beperkt leven in de GGZ naar een vrij leven in de maatschappij (ahum, voor zover dat laatste geen contradictie is).

De brug naar de goede behandelaar kan vereisen dat je gaat “shoppen” terwijl de slechte behandelaar je dit afraadt, en lijkt sowieso vaak geduld en stabiliteit te vereisen op momenten dat je dit absoluut niet hebt. Vooral bureaucratische processen waar alle betrokkenen zodanig in verstrikt raken dat het onmogelijk gemaakt wordt om snel genoeg met de behandeling te beginnen zijn hier erg sterk in. Ook het moeten afwerken van een schijnbaar eindeloze reeks slechte behandelaars voor je ooit een goede tegenkomt kan een zeer riskante beproeving zijn. Beide situaties heb ikzelf ervaren en deze waren zeer gevaarlijk, want zij drongen mij met grote kracht naar de “brug te ver” die hierop volgt:

De brug waar je af wilt springen, omdat het lijden ondraaglijk en uitzichtloos lijkt. Dit is de allergevaarlijkste brug in dit verhaal, de brug die rechtstreeks naar de dood zou kunnen leiden, terwijl dat diep van binnen niet is wat je werkelijk wilde. Tenminste, als ik voor mezelf spreek, was het juist mijn wil tot leven die mij ingaf dat ik er een einde aan moest maken. Want als ik zó graag wilde leven, maar het bleek steeds zo pijnlijk onmogelijk, beschamend en kansloos, wat bleef er dan nog over dan te zorgen dat ik mijn eigen mislukking in dat wat ik met heel mijn wezen wilde, niet meer kon kennen door er zelf niet meer te zijn?

In een tijd dat ik al wel aan de beterende hand was, maar al te lang in onzekerheid en vertwijfeling moest wachten op bureaucratische afhandelingen kwam het plan met de brug. Vergeleken met de acties in mijn slechtste periode was dit een redelijk verstandig plan, waarmee ik impulsieve pogingen op een afstand hield. De beoogde brug bevond zich namelijk ergens in Oost-Duitsland, en om deze plek ook echt te bereiken voor het verrichten van mijn daad zou ik behoorlijk zeker moeten zijn. Ik stelde me voor dat als ik onderweg zou gaan twijfelen, ik waarschijnlijk als “verward persoon” opgepakt zou worden in Duitsland en daar in een inrichting gestopt. Dat wilde ik in ieder geval niet.

Op een gegeven moment heb ik dan maar contact opgenomen met 113, zowel via internet (113online) als ook een keer via de telefoon. Gelukkig was de persoon aan de telefoon in staat om een gesprek met mij te voeren dat het niet alleen maar erger maakte, maar juist een beetje beter. Zij vroeg mij wat ik zou willen als ik nergens rekening mee hoefde te houden. Ik had haar al verteld over mijn plan met de brug, en ik zei: “Ik zou van die brug af willen springen, maar dan niet doodgaan”. Ik dacht aan de bossen en bergen in het uitzicht en de duizelingwekkende diepte en de hoge snelheid die de ultieme angst en het ultieme genot tot één geheel maken in een stortvloed van intense indrukken. En ik wist: Ik wil niet dood. Ik wil juist ten volle leven!

Intussen ben ik overigens nog steeds te vreesachtig geweest om werkelijk toe te komen aan zowel een dergelijke sprong als “ten volle leven”. Maar sommige dingen die ik doe komen er wel wat in de buurt, en goed genoeg om niet meer te geloven dat de dood een verbetering zou zijn ten opzichte van mijn leven.

De brug van GGZ naar een vrij leven in de maatschappij ofwel volledig “herstel” inclusief maatschappelijk herstel is de brug waar ik me nu op bevind. Hoewel dit nu wel veiliger voelt dan de uiterst bedenkelijke gammele brug naar de goede behandelaar die ik ter nauwer nood overleefd heb, voelt het gevaar nog vaak erg nabij.

Wat vooral opvalt is dat er eigenlijk helemaal geen sprake is van een brug. Of een herkenbare overkant. Alsof je aan een moeras met drijfzand ontkomen bent en dan een rivier moet doorwaden in de mist.

Toch is het ook regelmatig of ik me al wel degelijk op een hoogte bevind waar ik van af zou kunnen vallen. En alsof er een weg terug is waar ik heen gejaagd zou kunnen worden als iemand besluit om mensen niet over de brug te laten. Alsof er toch een banvloek op zou kunnen rusten, waardoor mijn terugkeer in het land der levenden om allerlei onverwachte redenen toch geweigerd zou kunnen worden…Bijvoorbeeld als ik omkijk, en ik kan het omkijken steeds niet laten…

Laat ik maar hopen wat ik ook wel weet, namelijk dat niet al mijn angstfantasieën zichzelf waar hoeven te maken. Toch geloof ik dat omkijken werkelijk gevaarlijk kan zijn, en ik mij zelf al bloggend in gevaar breng. Openheid over psychische problemen hoeft geen probleem te zijn voor iemand die al goed en stabiel functioneert in geaccepteerde maatschappelijke rollen, heeft getoond daarin competent te zijn en dan nog eens toegeeft zich toch wel eens psychisch ziek te voelen. Maar iemand wiens laatste herkenbare maatschappelijke rol “psychiatrisch patiënt” was, die moet eerst nog maar eens bewijzen desondanks competent te zijn, terwijl er al bergen “bewijs” ligt voor het tegendeel.

Toch zijn er gelukkig ook mensen die dit anders zien, en zij kunnen helpen met het oversteken van deze laatste brug waar eigenlijk geen brug is. Dan kan deze gevaarlijke oversteek uiteindelijk zonder herkenbare overgang doorlopen tot de enige echte gevaarlijke brug in een eeuwigheid van niet-leven, waar al het andere dat je deed zich ook al op bevond. Dan besef je opeens dat je hetzelfde grote gevaar deelt met iedereen die nooit in de GGZ is geweest.

Abnormaliteit en lijdensdruk: Waar begint de ziekte?

Een van mijn allereerste blogs, dat ik schreef op de site van Orange Monday nog voor ik dit eigen blog begon, was: “Niet normaal volgens de normale verdeling”. In dit blog verdedigde ik dat niet iedere vorm van afwijken van het gemiddelde in de psychiatrie tot ziekte gebombardeerd zou mogen worden, terwijl dit veel te vaak wel gebeurt. Het thema sloot wonderwel aan op een artikel dat psychiater Menno Oosterhoff kort tevoren in de krant geschreven had.

Even wonderwel kreeg ik zelfs reacties van Menno Oosterhoff op dat blog. Ik gloeide van opwinding. Maar ik werd er toch ook wel erg nerveus van: Wat zou ik dan weer op die reacties reageren? Waarbij vooral duidelijk moest blijven dat ik prima bij mijn verstand was. Ik ging het opnemen voor de hele groep mensen die tot patiënt bestempeld zijn en daarmee niet meer voor vol aangezien worden: Psychische problemen hebben betekent niet dat je achterlijk bent of een tekort aan zelfreflectie hebt.

Maar wat heb ik daar willen verdedigen? Dat ik niet ziek ben? Weet ik dat zelf eigenlijk wel zo zeker, of is het vooral een geraffineerd verpakte maar in de aard uiterst absurde ontkenning? Met als hoofdargument dat ik “alleen maar statistisch abnormaal ben in zenuwachtigheid”? Het zal wel uit medelijden geweest zijn, dat Oosterhoff dat niet direct afgebrand heeft?

Het was zeker prettig destijds om er met mijn toenmalige eigen psychiater zo vrij over te filosoferen, en ik geloof nog steeds dat hij in belangrijke opzichten gelijk had. Maar voor wie echt lekker stabiel in het huidig psychiatrisch paradigma zit, zal het wel het grootste onzinargument ooit zijn.“Zenuwachtigheid” is immers een symptoom, een storende psychische klacht op zichzelf, en zeker als het in abnormaal hoge mate aanwezig is. Weliswaar is niet direct duidelijk van welke ziekte het een symptoom is, maar daar kunnen ze snel genoeg achter zijn door nog wat door te vragen.

Wat dat betreft denk ik ook dat ik het er bij nader inzien niet bij moet laten zitten dat ik “nu eenmaal extreem zenuwachtig ben”: Hoewel ik veel temperament- en andere eigenschappen heb die zenuwachtigheid kunnen faciliteren, lijkt het mij niet waar dat ik als een gefixeerd statistisch gegeven altijd aan de extreem hoge kant daarvan moet zitten.  Daarin was het plaatje dat mijn psychiater me voorspiegelde dus toch weer niet zó helpend, want het gaf mij de neiging me achter mijn “zenuwachtigheid” te verstoppen zoals ik veel mensen zich ook achter een eenmaal gestelde DSM-diagnose zie verstoppen.

Mijn anders-zijn geformuleerd als statistische afwijking in zenuwachtigheid valt binnen het psychiatrisch paradigma dus wel degelijk te herleiden tot een psychiatrische ziekte. Het is in de medische wetenschap zeker geen uitzondering als een “statistische afwijking” direct of indirect naar een echte ziekte verwijst. Zelfs bij het voorbeeld van lengte dat mijn psychiater destijds gebruikte, dat mij in eerste instantie een vrij neutraal voorbeeld leek, kan vanuit een medisch perspectief anders gekeken en geoordeeld worden: Extreem korte en extreem lange mensen hebben een “groeistoornis”…

Zo begon ik mij langzaam aan af te vragen of het dan soms toch waar is, dat alles wat extreem ver van het gemiddelde afwijkt een ziekelijke afwijking moet zijn. In de meeste gevallen van afwijkingen die wel functioneel zijn, zoals lang zijn voor een basketballer, gaat het toch om afwijkingen van het gemiddelde die niet tè extreem zijn. Afwijkingen waardoor iemand iets extreem goed kan, zullen minder snel onder het ziekte-begrip vallen: Extreem hard kunnen sprinten, extreem intelligent zijn. Tenzij de daarvoor benodigde eigenschappen ook nadelen zouden hebben die zo groot zijn of zodanig van aard, dat het voordeel het niet kan compenseren…

Hoe dan ook is het zeker niet voor niets geweest dat ik überhaupt de psychiatrie opgezocht heb. Ik heb echt wel ergens last van, en ik wilde er heel graag mee geholpen worden! Er valt ook echt te vrezen dat ik geen volwaardig leven kan hebben met deze problemen!

Nu ik eenmaal geleerd heb om mijn moeilijke ervaringen en afwijkende gedragswijzen als symptoom te herkennen, kan ik er niet echt meer omheen dat ik inderdaad “ziek” moet zijn (binnen het huidig psychiatrisch paradigma.)

Desondanks heeft het mij niet echt geholpen om het als ziekte te beschouwen en te laten behandelen. Om te beginnen werkt de interpretatie van mezelf als gestoord en ziek persoon zeer schadelijk in op mijn zelfvertrouwen en stemming. Het Nocebo effect van het hebben van een diagnose!

Een behandeling moest dus wel extreem effectief zijn, om dat nog te kunnen compenseren. In werkelijkheid was de effectiviteit van geboden behandelingen over het algemeen matig tot nihil.

Voor zover hulpverlening mij iets van hulp heeft kunnen bieden, had dit strikt genomen weinig met het behandelen van ziekte per se te maken. Het ging vooral om contact maken, en om helpen herstellen van enig vertrouwen in mezelf en de medemens.

Al zijn dit vaker belangrijke thema’s bij het behandelen van persoonlijkheidsstoornissen en andere psychische “ziektes”, lijkt het me hier toch te gaan om tamelijk universele menselijke behoeftes. Ook al die mensen die (nog) niet formeel “ziek” zijn maar toch, ieder op zijn eigen manier en intensiteit, worstelen met zichzelf en hun omgeving, kennen deze behoefte.

Het verschil is vaak dat zij in hun eigen omgeving daarvoor voldoende sociale steun hebben, om het vol te houden en niet “ziek” te worden, zodat zij niet genoodzaakt zijn hiervoor professionele hulpverlening te zoeken. Bij de meeste mensen heb ik niet zo zeer de indruk dat zij werkelijk zoveel betere en flexibelere coping vaardigheden zouden hebben dan iemand met een persoonlijkheidsstoornis. “Beter” wel in de zin van: Het werkt. Het is voldoende, het is goed aangepast aan hun omstandigheden; Ze kunnen er bevredigend mee leven, vooral zo lang het lukt om ongeveer dezelfde omstandigheden te handhaven of om vloeiend mee te stromen met de “kudde” als er veranderingen zijn.

Veel meer is het niet voor de grote, niet-zieke middenmoot. Ook veel van hen ervaren een zekere lijdensdruk onder de verplichting om normaal te zijn en te blijven. Ze weten dat als ze niet “gek” of “ziek” willen worden, ze dus “normaal” zullen moeten blijven doen…