Leven met exposure in soorten en maten.

Exposure bij angststoornissen.

In de behandeling van angststoornissen is “exposure”, het aangaan van de angst, meestal een belangrijk onderdeel. Ik heb zelfs wel eens de neiging gehad om dit te interpreteren als: hoe meer exposure hoe beter. Het leven begon toch buiten je comfortzone!

Weliswaar had ik al lang geen comfortzone meer, of althans, daar had ik verboden gebied van gemaakt, aangezien ik eindelijk eens moest en zou beginnen met leven!

20150718_220549~2

Vaak werd ik vooral enorm gestresst en gefrustreerd door deze pogingen tot exposure. Het voelde dan echt helemaal niet goed, en ik ging nog raar doen ook waardoor ik mijn angsten alleen maar verder bevestigde. Maar net vaak genoeg om het niet op te geven, werkte het dan toch wel. Dan had ik eindelijk eens toegang tot het leven! Altijd te kort weliswaar, maar toch: Leven! Daar deed ik het voor!

Bovendien, hoewel het in angstige situaties vaak voelde alsof het niet zo was, leerde ik er uiteindelijk ook van. Nu constateer ik vaak met groot genoegen dat een situatie die me enige tijd geleden redeloos en radeloos maakte, me moeiteloos af ging alsof ik er in mijn hele leven nog nooit een probleem mee gehad zou hebben!

Weliswaar komt het ook steeds weer voor dat het opeens toch weer wel een probleem is, maar dan heb ik toch al steun van het weten dat ik het eigenlijk wel degelijk kan.

Toch lijkt me achteraf bezien, de mentaliteit waarmee ik het aanging niet altijd even gezond. Ik heb de indruk dat ik door mezelf zo lang aan één stuk door aan stress bloot te stellen, mijn innerlijke stressregulatiesysteem nog verder ontregeld heb. Voor mijn gevoel heb ik mezelf daarbij ook nog eens zo goed als onmogelijk gemaakt bij een veel te groot aantal mensen, door in een redeloze vecht-vlucht-of-bevries modus het “contact” met hen aan te willen gaan…

Wel heb ik nog de hoop dat ik in ieder geval het belangrijkste deel van de daarbij opgelopen schade nog kan goedmaken, zodat ik alles bij elkaar er toch iets mee gewonnen heb.

Exposure in “risk assessment.”

In mijn studie ging het ook over exposure, 4 weken lang aan één stuk door. Het bepalen van de exposure is een van de essentiële onderdelen van de manier waarop risico’s vanuit de wetenschap ingeschat worden. Ik zal mijn lezers niet vervelen met de definities van exposure die in mijn vakgebied gehanteerd worden, maar meestal komt het toch neer op het in aanraking komen met schadelijke stoffen. Exposure is dan hetgene dat van een potentieel gevaarlijke stof pas een daadwerkelijk schadelijke stof maakt. Het is dus iets dat we over het algemeen willen vermijden.

Wel zijn er ook exposures die een gunstig effect kunnen hebben, en waarbij afwezigheid van exposure zelfs schadelijk kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor water, vitamines, en lichamelijke inspanning. Toch is het ook bij al deze dingen zo, dat een té hoge exposure ook weer schadelijk is. Als we het effect van zulke stoffen in een grafiek weergeven, krijgt dat een U-vorm. Tenminste in de toxicologie, waar negatieve effecten gemeten worden. Je zou de U ook kunnen omkeren natuurlijk, als je vooral van het positieve wilt uitgaan, maar dat doen we niet 😉

u-shaped-dose-response

Exposure aan fouten.

Zoals ik een beetje liet blijken uit mijn vorige blog, kreeg ik in mijn studie al snel te maken met een overmatige exposure aan het moeten maken van fouten. Dat is niet voor het eerst. Het lijkt erop dat ik nogal gevoelig ben voor fouten die ik maak.

Op zich is dat niet per se een ziekelijke afwijking. Het heeft zelfs het voordeel dat ik in principe minder en kleinere fouten hoef te maken om iets goed te kunnen leren. Bovendien zal ik sterk intrinsiek gemotiveerd blijven om fouten te vermijden, zodat ik in principe nauwelijks externe druk nodig heb om scherp te blijven.

Exposure aan fouten is ook wel te beschouwen als iets dat een u-vormige dosis-respons relatie heeft. Ook ik kan tot niks komen als ik fouten helemaal zou willen vermijden. Tegelijk zal ik ervoor moeten zorgen dat ik me niet laat vergiftigen door die overdosis, die al kan optreden terwijl er voor anderen nog niets aan de hand is. Daarbij moet ik enerzijds voorkomen dat dit ontaard in het nog verder versterken van mijn toch al veel te storende faalangst, en anderzijds dat het geen meedogenloze ophoping van overdoseringen wordt, die het ook alleen maar erger maakt.

Totale exposure.

Exposure blijkt nu echt overal te zijn. De dagelijkse spits van en naar Utrecht geeft mij bijvoorbeeld verhoogde exposure aan allerlei schadelijke stoffen die we in verband brengen met gezondheidsrisico’s. En stress. En reclame-auto’s waarvan ik kan aflezen dat reclame maken ook exposure is. Maar dat wist ik eigelijk al.

Als ik aan het koken ben produceer ik exposure, en bij het schoonmaken, terwijl je door te weinig schoon te maken uiteindelijk ook je exposure verhoogt. Enzovoorts, ik geloof niet dat er nog een einde zou komen aan een opsomming van exposures. Zo lang er leven is, is er exposure zal ik maar zeggen.

Ik heb dus een fantastische studie gekozen om mijn neuroticisme mee te cultiveren. Gelukkig is cultiveren toch heel iets anders dan oncontroleerbaar laten voortwoekeren. Dat zou gemakkelijk schadelijker kunnen worden dan alle risicoverhogende exposures bij elkaar!

Het zo goed mogelijk omgaan met alle exposures is dus niet alleen een wetenschap maar ook een kunst. Ik ben dus ijverig aan het oefenen, en bij de kunst hoort ook: Leven met al die exposures en met het verstandig vermijden ervan. Ondanks alles en dankzij alles, leven! Daar doe ik het voor!

overwinning op het rampjaar 2012

Laatste filosofietentamen als randrealistische daad…

Vandaag heb ik mijn laatste tentamen filosofie gedaan. Tenminste, als ik niet verder ga met filosofie studeren, zoals ik in principe besloten denk te hebben. In de aanloop naar dit tentamen kreeg ik het gevoel dat ik van de rand van de wereld zou gaan stappen, of in ieder geval van de rand van een bepaald soort realiteit.

Het is in mijn logica een logisch gevolg van mijn C.V. tot nu toe: eerst paardensport, dan het ambacht van hoefsmid, dan de bachelor Bio-Farmaceutische Wetenschappen (BFW), en nu enkele vakken filosofie. Stuk voor stuk konden ze niet voor mij zijn wat ik van ze verlangde, en gaven mij het gevoel dat dit wederzijds was. Heb ik niet in zekere zin de hele wereld afgewerkt en afgewezen met deze reeks?

En dan wat tentamens betreft, hoewel het tentamen van vandaag zeer onschuldig was, zeker ook in verhouding tot het gevoel dat ik er van tevoren over had: er zijn ook tentamens die wel degelijk het leven in gevaar brengen. Met name tijdens de studie BFW is dat zeer serieus aan de orde geweest voor mij. Ergens tijdens de Master die ik nooit afgemaakt heb, kwam ik erachter dat een poging om het eigen leven te beëindigen, een tentamen suicidii genoemd wordt.

In zekere zin is het alarmerend dat ik dat verband blijf leggen en het gevoel heb dat ik van de wereld ga stappen door nu de studie filosofie achter me te laten. Nog voordat ik het een redelijke kans gegeven heb, ook nog eens. Het komt voort uit een gemoedstoestand van verlammende existentiële angst, die adequaat handelen praktisch onmogelijk maakt, en die erom lijkt te vragen zichzelf te mogen realiseren in de vorm van zo’n dodelijk tentamen….

Toch, en ik hoop dat ik niet te lang doorgeschreven heb alvorens de lezer gerust te willen stellen, is er geen sprake van dat ik nu een doodswens heb. Ik heb daarentegen een hele sterke levenswens, maar wel een die zich voor een ernstig probleem gesteld ziet: Wat moet ik in vredesnaam met mijn leven gaan doen, om zelf het gevoel te kunnen hebben dat ik het goed doe, “leven”?

Al lange tijd zoek ik naar een of ander groot doel waarin ik mezelf kan realiseren en waarin ik mijn eigen bijdrage kan leveren aan een betere wereld, en al die tijd grijp ik mis terwijl de angst mij wel steeds weer weet te grijpen. Men zegt dat ik het ook niet in het grote moet willen, of dat ik wel kleine stapjes moet maken om er te komen. Maar: of het nu werkelijk groot moet zijn of niet, het moet iets zijn dat voor mij groot voelt, anders geeft het niet voldoende motivatie als tegenkracht voor alle negatieve ervaringen die ik immers ook heel groot voel. En: kleine stapjes, prima, maar welke kant op, als ik niet eens weet waarheen?

Soms voel ik wel een inspiratie, een motivatie in een bepaalde richting, maar die wordt zo snel door onzekerheid en angst ondermijnd dat een werkelijke passie niet meer levensvatbaar lijkt, en mijn ratio het idee als zeer onrealistisch moet inschatten. Mijn ratio rekent met alles wat mij wel eens als “beperking” is aangewreven, en met alle factoren die ik heb waargenomen in de maatschappij die kunnen maken dat ik iets zeker niet wil. Dit brengt mij tot de deprimerende uitkomst dat er in deze maatschappij niets is dat voldoet aan de eis “realistisch” en ook aan de eis “aanvaardbaar qua verwachte emotionele ervaring”. Alles wat in de categorie “realistisch” ingeschat wordt, zit onvermijdelijk ook in minstens één van de categorieën “dodelijk saai”, “bevestiging van mijn minderwaardigheidsgevoelens”, “zinloos”, “immoreel”, of “uitzichtloos”.

Ik denk wel dat er reële opties zijn voor mijn ratio om de criteria aan te passen. Een aantal van de “beperkingen” zouden mij ten onrechte aangewreven kunnen zijn, mijn waarneming van de maatschappij is mogelijk niet geheel generaliseerbaar als het om negatieve ervaringen gaat, en de negatieve categorieën die ik op de uiteindelijke opties loslaat, zouden ook minder rigoreus toegepast kunnen worden. Maar: dan zijn er opeens wel weer erg veel opties, die nog slecht voelen ook. De ratio kan de gevoelslading die tot uitdrukking kwam in de vroegere criteria, niet echt wegnemen, en heeft ook geen middelen om zeker te stellen dat die gevoelslading in de eerste plaats onterecht was.

Het studeren voor dit laatste tentamen lukte nauwelijks nog, zo zat ik de existentiële afgrond erachter aan te gapen. Ben ik na het tentamen die afgrond in gestapt? Of loop ik nog als een tekenfilmfiguur over lucht boven de afgrond? Eigenlijk heb ik nu niet meer het gevoel dat ik ga vallen, maar dat kan bedrieglijk zijn! Want in mijn hoofd spookt nog het idee: Als ik op dit punt in mijn leven nog tot iets wil komen dat zinvol voelt en dat hopelijk ook IS, dan zal ik me moeten ontdoen van “het moet wel realistisch zijn”, het rationele criterium waar mijn angsten wel invulling aan weten te geven. Filosofie studeren was de laatste stapsteen, eigenlijk al op het randje van realistisch, nu stap ik van het randje van de realiteit en…..kijk eens aan, het leven gaat gewoon door! Maar wat nu?

Terugkeer van leven en licht: Zelfoverwinning in een schilderwerkje.

Inmiddels ben ik klaar met therapie en GGZ. Nog voel ik me nerveus en rusteloos, zonder richting onder aan de sociale ladder, zoekend naar hoe ik kan en wil leven. Maar deze “tegeltjeswijsheid” die ik ten afscheid van team schematherapie heb meegekregen, geeft mij goed advies voor mijn zoektocht:

20151106_124728~2

Te lang heb ik alleen naar mijn tekortkomingen gezocht, en bij twijfel steeds geloofd dat ze echt bestonden….

Onder andere in U-lab en filosofie, maar ook via andere wegen begin ik langzaam maar zeker steeds meer contact te vinden met mensen bij wie ik enige vorm van aansluiting en erkenning vind. Zelfstigma en angst beginnen hierdoor merkbaar af te nemen, en ik begin zelfs iets van “talent en kracht” bij mezelf te herkennen.

Hoewel ik graag nieuwe dingen leer, heb ik er meestal veel bij te overwinnen. Haast iedere fout die ik maak of zou kunnen maken, heeft de neiging om zich tot een soort natuurramp te ontwikkelen in mijn innerlijke ervaring. Ik wil dat overwinnen, in het schrijven, in het sociale verkeer, overal waar ik maar kan, steeds een beetje meer.

In dat kader wil ik nu het verhaal vertellen van een schilderwerk dat zo’n overwinning was, en een grote doorbraak betekende in mijn gevoelsleven. Een verhaal dat speelde in zomerdagen die voor mij donkerder waren dan de winterdagen nu. Geen licht scheen de duisternis te kunnen verdrijven….

“Overwinning op het rampjaar 2012”

In de zomer van 2013 was “dagbesteding” nog het minst zinloze waar ik mezelf toe in staat achtte, en ik voelde me enorm gehandicapt en kansloos. Op een gegeven moment had ik een idee voor een schilderij, maar geen flauw benul van hoe ik het aan moest pakken. Ik wist niet eens hoe ik vingerhoedskruid zou gaan schilderen zodanig dat de plant überhaupt herkenbaar zou zijn.  De begeleiding vond een schilderij met alleen een stukje van de plant dus meer dan ambitieus genoeg. Ik kon wel een plaatje van vingerhoedskruid zoeken op internet, en dan afdrukken en overtrekken. Zo’n hele compositie dat hoefde helemaal niet, tenslotte waren we geen professionele kunstenaars, en ik kwam hier niet voor mijn zweetvoeten.

Maar het idee voor dit werk was ontstaan uit een intense en sterk tot mijn verbeelding sprekende ervaring uit de tijd van mijn laatste opname in een psychiatrisch ziekenhuis, in 2012. Mijn motivatie om het werk toch tot stand te brengen was zo sterk dat ik me niet liet stoppen.

Tijdens de opname in “de hel op aarde” in 2012 was mijn bestaan ondraaglijk, en ik was 99% overtuigd dat het bovendien uitzichtloos was. Dit bracht mij tot het idee om de giftige plant vingerhoedskruid die toen overal in bloei stond, te gebruiken om aan dit bestaan te ontsnappen. Ik werd lange tijd geïntrigeerd door het idee, vond het eigenlijk een slecht idee, maar kon het niet loslaten.  Op een gegeven moment begon het idee zo dwingend te worden dat ik voelde dat ik het zou gaan doen. In een poging om toch nog tot een andere oplossing te komen, probeerde ik het met de verpleging te bespreken, maar ik kwam niet goed uit mijn woorden. De verpleegkundige had daar geen geduld voor en zei iets in de zin van “Ja, ja, zorg nou maar dat je op tijd klaar bent voor het volgende onderdeel van het dagprogramma!” Toen had ik geen enkele reden meer om mijn plan onuitgevoerd te laten. Ik ging linea recta naar de dichtstbij zijnde tuin waar het spul bloeide. Ik plukte snel, smokkelde het mee naar mijn kamer, en begon te eten….

Mismoedig zette ik door met mijn eigen plan voor het schilderij. Het was de tijd dat het vingerhoedskruid in bloei stond, en ik maakte zelf foto’s die ik als voorbeeld gebruikte. Een voorbeeld voor de Rampspoed die ik midden in mijn schilderij wilde vond ik in een van de boekjes met plaatjes die de dagbesteding had staan. Toevallig kwam ik daarin “het lot en zijn dochters” van Albrecht Dürer tegen (zie afbeelding hieronder). Ik zag, in dat schilderij op de achtergrond, de hemel naar beneden komen, en tegelijk vlammen de hemel bestormen, en wist: Dit is wat ik zoek. Dit is de gevoelslading van mijn crisis!

3403-lot-fleeing-with-his-daughters-from-sodom20130617_17505620130617_17512320130628_150002

Het eten van de giftige plant was een verfrissende sensatie! Een herinnering activeerde mijn verbeelding, en ik zag een klein meisje. Het was een levendig en nieuwsgierig kind, weliswaar al jong bewust van risico en van gevoelens van anderen. Zij had net van haar vader geleerd dat die prachtige plant, vingerhoedskruid, giftig was! En nu keek ze mij, de vertwijfelde, verwarde volwassen vrouw, met grote blauwe ogen aan, ontzet! Nergens in haar denken kon dit kleine meisje begrijpen waarom ik dit deed, en ze vond het heel erg!

Nadat het me tot mijn grote verrassing gelukt was om het vingerhoedskruid herkenbaar en levendig op het doek te krijgen, voltrok het uitwerken van de rampspoed zich al haast als een euforische verlossing! Ik kon bijna niet geloven wat ik onder mijn handen zag ontstaan, wat ik blijkbaar kon! Ik had me door het gevoel dat ik helemaal niets kon heen gewerkt, naar een overwinning op de crisis die achter me lag. Ik had van tevoren niet voorzien dat het dramatische werk, met de rampspoed centraal, toch een enorm krachtige positieve gevoelslading zou krijgen. Deze ramp was verwoestend en creatief tegelijk, een ware natuurkracht, een einde dat ook een begin was!

20130726_10425020130730_104536

Opeens begreep ik dat ik nog dezelfde was als toen, weliswaar heel wat nare ervaringen verder, maar ik was nog dezelfde en wilde nog altijd leven! Alle tot doodsvonnis bevorderde foutieve abstracties van mijn zijn moesten wijken voor de ogen van dit meisje. Haar onbegrip deed mij begrijpen: Ik ben goed gek dat ik vingerhoedskruid eet, en eigenlijk wil ik nog steeds niets liever dan leven!

Het afmaken van het schilderij was voor mij de terugkeer van het leven. Hoewel ik voorzag dat het leven nog vaak genoeg moeilijk zou worden, wist ik dat ik de echte crisis nu overwonnen had. In het schilderij zijn zeer sterke tegenstrijdige gevoelens verenigd tot zuivere levenskracht, sterker dan ooit tevoren!

Ook de aanblik van vingerhoedskruid is sindsdien niet meer hetzelfde. Niet meer slechts een mooie plant, of zelfs een plant die gif en geneesmiddel tegelijk is, maar een levend symbool voor zowel de keuze voor de dood als de keuze voor het leven. Steeds wanneer ik nu vingerhoedskruid zie, voel ik weer extra intens dat ik leef! Maar genoeg woorden nu. De beelden willen ook iets zeggen!!

 overwinning op het rampjaar 2012

20150723_173642
20150610_13403320150723_174128