Gevaarlijke overbruggingen in en uit de GGZ.

Bruggen zijn eigenlijk bedoeld om veilig over te steken. Om een brug werkelijk op die manier te gebruiken, is toch een zekere stabiliteit vereist en de intentie om inderdaad veilig over te steken. Iemand in grote psychische nood kan heel anders naar een brug kijken. Bovendien is sowieso niet iedere brug even veilig.

In dit artikel komen drie gevaarlijke bruggen voor de persoon in psychische nood ter sprake: De brug naar de goede behandelaar, die vaak gevaarlijk en gammel is maar waarbij de overkant bereiken wel je redding kan betekenen, de brug waar je misschien van af zou willen springen, en de brug van een beperkt leven in de GGZ naar een vrij leven in de maatschappij (ahum, voor zover dat laatste geen contradictie is).

De brug naar de goede behandelaar kan vereisen dat je gaat “shoppen” terwijl de slechte behandelaar je dit afraadt, en lijkt sowieso vaak geduld en stabiliteit te vereisen op momenten dat je dit absoluut niet hebt. Vooral bureaucratische processen waar alle betrokkenen zodanig in verstrikt raken dat het onmogelijk gemaakt wordt om snel genoeg met de behandeling te beginnen zijn hier erg sterk in. Ook het moeten afwerken van een schijnbaar eindeloze reeks slechte behandelaars voor je ooit een goede tegenkomt kan een zeer riskante beproeving zijn. Beide situaties heb ikzelf ervaren en deze waren zeer gevaarlijk, want zij drongen mij met grote kracht naar de “brug te ver” die hierop volgt:

De brug waar je af wilt springen, omdat het lijden ondraaglijk en uitzichtloos lijkt. Dit is de allergevaarlijkste brug in dit verhaal, de brug die rechtstreeks naar de dood zou kunnen leiden, terwijl dat diep van binnen niet is wat je werkelijk wilde. Tenminste, als ik voor mezelf spreek, was het juist mijn wil tot leven die mij ingaf dat ik er een einde aan moest maken. Want als ik zó graag wilde leven, maar het bleek steeds zo pijnlijk onmogelijk, beschamend en kansloos, wat bleef er dan nog over dan te zorgen dat ik mijn eigen mislukking in dat wat ik met heel mijn wezen wilde, niet meer kon kennen door er zelf niet meer te zijn?

In een tijd dat ik al wel aan de beterende hand was, maar al te lang in onzekerheid en vertwijfeling moest wachten op bureaucratische afhandelingen kwam het plan met de brug. Vergeleken met de acties in mijn slechtste periode was dit een redelijk verstandig plan, waarmee ik impulsieve pogingen op een afstand hield. De beoogde brug bevond zich namelijk ergens in Oost-Duitsland, en om deze plek ook echt te bereiken voor het verrichten van mijn daad zou ik behoorlijk zeker moeten zijn. Ik stelde me voor dat als ik onderweg zou gaan twijfelen, ik waarschijnlijk als “verward persoon” opgepakt zou worden in Duitsland en daar in een inrichting gestopt. Dat wilde ik in ieder geval niet.

Op een gegeven moment heb ik dan maar contact opgenomen met 113, zowel via internet (113online) als ook een keer via de telefoon. Gelukkig was de persoon aan de telefoon in staat om een gesprek met mij te voeren dat het niet alleen maar erger maakte, maar juist een beetje beter. Zij vroeg mij wat ik zou willen als ik nergens rekening mee hoefde te houden. Ik had haar al verteld over mijn plan met de brug, en ik zei: “Ik zou van die brug af willen springen, maar dan niet doodgaan”. Ik dacht aan de bossen en bergen in het uitzicht en de duizelingwekkende diepte en de hoge snelheid die de ultieme angst en het ultieme genot tot één geheel maken in een stortvloed van intense indrukken. En ik wist: Ik wil niet dood. Ik wil juist ten volle leven!

Intussen ben ik overigens nog steeds te vreesachtig geweest om werkelijk toe te komen aan zowel een dergelijke sprong als “ten volle leven”. Maar sommige dingen die ik doe komen er wel wat in de buurt, en goed genoeg om niet meer te geloven dat de dood een verbetering zou zijn ten opzichte van mijn leven.

De brug van GGZ naar een vrij leven in de maatschappij ofwel volledig “herstel” inclusief maatschappelijk herstel is de brug waar ik me nu op bevind. Hoewel dit nu wel veiliger voelt dan de uiterst bedenkelijke gammele brug naar de goede behandelaar die ik ter nauwer nood overleefd heb, voelt het gevaar nog vaak erg nabij.

Wat vooral opvalt is dat er eigenlijk helemaal geen sprake is van een brug. Of een herkenbare overkant. Alsof je aan een moeras met drijfzand ontkomen bent en dan een rivier moet doorwaden in de mist.

Toch is het ook regelmatig of ik me al wel degelijk op een hoogte bevind waar ik van af zou kunnen vallen. En alsof er een weg terug is waar ik heen gejaagd zou kunnen worden als iemand besluit om mensen niet over de brug te laten. Alsof er toch een banvloek op zou kunnen rusten, waardoor mijn terugkeer in het land der levenden om allerlei onverwachte redenen toch geweigerd zou kunnen worden…Bijvoorbeeld als ik omkijk, en ik kan het omkijken steeds niet laten…

Laat ik maar hopen wat ik ook wel weet, namelijk dat niet al mijn angstfantasieën zichzelf waar hoeven te maken. Toch geloof ik dat omkijken werkelijk gevaarlijk kan zijn, en ik mij zelf al bloggend in gevaar breng. Openheid over psychische problemen hoeft geen probleem te zijn voor iemand die al goed en stabiel functioneert in geaccepteerde maatschappelijke rollen, heeft getoond daarin competent te zijn en dan nog eens toegeeft zich toch wel eens psychisch ziek te voelen. Maar iemand wiens laatste herkenbare maatschappelijke rol “psychiatrisch patiënt” was, die moet eerst nog maar eens bewijzen desondanks competent te zijn, terwijl er al bergen “bewijs” ligt voor het tegendeel.

Toch zijn er gelukkig ook mensen die dit anders zien, en zij kunnen helpen met het oversteken van deze laatste brug waar eigenlijk geen brug is. Dan kan deze gevaarlijke oversteek uiteindelijk zonder herkenbare overgang doorlopen tot de enige echte gevaarlijke brug in een eeuwigheid van niet-leven, waar al het andere dat je deed zich ook al op bevond. Dan besef je opeens dat je hetzelfde grote gevaar deelt met iedereen die nooit in de GGZ is geweest.

Waarom ik mijn beestje liever niet bij de DSM-naam noem.

Soms wordt er nog wel gezegd bij het praten over psychische ‘aandoeningen’: je kunt het beestje het beste bij de naam noemen. Met de de naam van het beestje wordt dan vaak de DSM-diagnose bedoeld.

De diagnose die ik tijdens mijn laatste behandeltraject had, was binnen het DSM-construct wel de meest juiste keuze die mijn psychiater had kunnen maken. Toch gebruik ik de naam van de diagnose over het algemeen niet graag bij het omschrijven van mijn problemen.

In dit stuk wil ik het er voor deze keer wèl over hebben. Dan hebben we het over de “Ontwijkende Persoonlijkheidsstoornis”. Ofwel het voldoen aan de volgende criteria zoals omschreven in de DSM:

Een diepgaand patroon van geremdheid in gezelschap, gevoel van tekortschieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties, zoals blijkt uit vier (of meer) van de volgende kenmerken:

  • vermijdt beroepsmatige activiteiten die belangrijke intermenselijke contacten met zich meebrengen vanwege de vrees voor kritiek, afkeuring of afwijzing
  • heeft onwil om bij mensen betrokken te raken, tenzij er zekerheid bestaat dat men hem aardig vindt
  • toont gereserveerdheid binnen intieme relaties uit vrees vernederd of uitgelachen te worden.
  • is gepreoccupeerd met de gedachte in sociale situaties bekritiseerd te worden of afgewezen te worden.
  • is in intermenselijke situaties geremd vanwege het gevoel tekort te schieten.
  • ziet zichzelf als sociaal onbeholpen en voor anderen onaantrekkelijk of minderwaardig.
  • is uitzonderlijk onwillig persoonlijke risico’s te nemen of betrokken te raken bij nieuwe activiteiten omdat deze hem in verlegenheid zouden kunnen brengen.

Op zich raakt de globale omschrijving bovenaan, aardig de kern: “Diepgaand patroon (…) van gevoel van tekortschieten en overgevoeligheid voor een negatief oordeel (…)”. Wat dat betreft niet slecht, voor een DSM-classificatie.

Ook met het voldoen aan de criteria kan ik wel instemmen, zeker in gesprek met de hulpverleners die dit zo zagen. Dit is ook relatief goed te doen zoals altijd in de DSM, omdat je nooit aan alle kenmerken hoeft te voldoen. Dat ik vaak juist graag betrokken raak bij nieuwe activiteiten, ondanks angst om in verlegenheid te komen, verhindert dus niet dat de diagnose van toepassing is.

Toch zou ik deze bewoordingen zelf nooit gekozen hebben. Ik heb dus het gevoel dat ik er maar aan toegeef omdat de DSM nu eenmaal niets beters te bieden heeft. Niet omdat het zo’n geweldig rake omschrijving is. Het is niet alleen de woordkeuze die stoort, maar ook dat het probleem eenzijdig omschreven is. Een aantal voor mij essentiële zaken blijven buiten beeld, waardoor een verontrustend vervormde, potentieel misleidende weergave van mijn probleem ontstaat.

Erger nog dan de DSM-criteria, zijn sommige omschrijvingen die professionals nota bene verspreiden om het algehele beeld te illustreren, zoals deze: http://www.e-psychiater.nl/psychiatrie/persoonlijkheidsstoornissen/ontwijkende-persoonlijkheidsstoornis/

Bijna van begin tot einde zwaar irritant, maar voor mij persoonlijk is het dieptepunt wel bereikt met:

 Leuk iets nieuws ondernemen, op avontuur uitgaan, een praatje met iemand aanknopen, dat is allemaal niets voor iemand met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis. 

Al vind ik

Het kan bij iemand met een ontwijkende persoonlijkheid wel eens lang kunnen duren voordat je er achter bent dat het stille water toevallig een ondiep plasje was

ook bijzonder irritant, maar dit wordt in de context waar ik hem uit gehaald heb, tenminste nog gerelativeerd.

Sowieso zijn de meeste omschrijvingen van de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis in strijd met de temperamenteigenschap “novelty seeking”. Toch een eigenschap waarvan de psychiater die de diagnose bij me stelde aangaf dat ik die ook in hoge mate bezit, naast de voor de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis meer typerende “harm avoidance”. Deze aanvullende uitleg van hem was voor mij herkenbaar en verhelderend. Daardoor voelde ik me alweer beduidend beter begrepen door hem, dan door de diagnose op zich.

Vanwege “novelty seeking” was sociale vermijding voor mij aanleiding tot nog beduidend hogere lijdensdruk dan gemiddeld bij sociale angst, zodat ik vaker dan bij deze angst verwacht zou worden, situaties toch opzocht. Dit wel tegen de prijs van het moeten ondergaan van een intensiteit van angst die vrijwel iedereen uit de weg zou gaan, en die normaal functioneren in veel situaties volstrekt onmogelijk maakte. Iets dat helaas ook wel verkeerd begrepen is als een onafhankelijk van de angst bestaand onvermogen tot functioneren, dat vervolgens angst op zou roepen. Een voor de hand liggende, maar voor mij haast fatale misinterpretatie.

Misinterpretaties van gedrag liggen sowieso vaak voor de hand bij het denken in DSM diagnoses. Dit effect wordt nog versterkt door de stereotyperingen die om de diagnoses heen gecreëerd worden, en die een eigen leven gaan leiden naast de DSM-symptomenlijstjes zelf.

Omdat mijn gedrag in een aantal opzichten regelmatig in tegenspraak is met het stereotype van de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, is het al te verleidelijk om direct te concluderen dat ik wel iets anders zal hebben! Of, als toch herkend wordt dat ik aan de criteria voldoe, gaat men ijverig op zoek naar een comorbide stoornis er bovenop om de atypische gedragingen te verklaren!

Al dat stoornissen zoeken en zelfs ten onrechte vinden is behoorlijk schadelijk geweest voor mijn toch al tot negativiteit neigende zelfbeeld. Volgens mijn psychiater was het bovendien overbodig. Niet iedere atypische eigenschap zou een stoornis als verklaring moeten krijgen, vindt hij. “Ontwijkende persoonlijkheidsstoornis” was voor hem de juiste DSM-classificatie van mijn probleem, maar zeker geen beschrijving van mijn gehele persoonlijkheid!

Dat zouden DSM classificaties ook nooit zijn, zoals ik wel vaker hoor.

Bij persoonlijkheidsstoornissen zit daar toch nog een extra moeilijkheid. Daar wordt wel van gezegd dat het niet echt ziektes zijn, maar problematisch extreme variaties van persoonlijkheden. Op zich denk ik daar ook ongeveer zo over. Echter, juist zo bezien ligt het voor de hand om de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis te interpreteren als een extreme variant van een angstige en introverte persoonlijkheid, met hoge “harm avoidance” en lage “novelty seeking”. Passend bij de afschuwelijke stereotyperingen die professionals erover online zetten…

Strikt genomen kan ik dan altijd nog zeggen dat zo’n stereotype interpretatie toch maar een voorbeeld is en dat het er in werkelijkheid best anders uit kan zien. Natùùrlijk hebben mensen eigenschappen die “niet bij hun stoornis passen”, of die de aandacht afleiden van de kern van het probleem. Daarom is diagnosticeren ook echt niet zo gemakkelijk! Zelfs niet met kant-en-klare symptomenlijstjes…..of JUIST niet met kant-en-klare symptomenlijstjes?

Nu mijn GGZ-dossier gesloten is, is het bovendien onmogelijk geworden om zinvolle uitspraken te doen over mijn actuele diagnose. Tijdens het eindgesprek vertelde mijn psychiater dat dit niet geregeld is in het diagnostisch systeem. Voor hem leefde het “beestje” sowieso slechts in dienst van de GGZ behandeling, en hoefde het nu dus geen naam meer te hebben.

Eigenlijk zou het me juist best handig lijken om mijn problemen met een paar woorden aan medisch jargon te kunnen omschrijven, vergezeld van een compacte uitleg voor wie het jargon niet kent. Maar het noemen van een naam die mensen op het spoor zet van misleidende stereotyperingen vermijd ik toch liever…!

Negatief narcisme, gif en geneesmiddel.

 

zelfreflectie donker

Al geruime tijd vrees ik dat anderen denken dat ik aan een soort negatief narcisme doe, dit maar niks vinden en daarin groot gelijk hebben. Ik ben nogal veel met mezelf bezig, en dan vooral met mijn angsten, frustraties, problemen en tekortkomingen van al dan niet imaginaire aard. Vandaar de term “negatief narcisme”.

Ook met het bloggen betrap ik me op veel van dat negatief narcisme. Daarom wil ik nu graag iets uitleggen over de achtergrond van dit gedrag. Ik denk dat ik er weliswaar nog teveel aan vast zit, maar dat het niet zuiver slecht is.

Negatief narcisme als zelftwijfel op zoek naar kennis.

In essentie komt mijn egocentrisch gedrag voort uit diepgaande zelftwijfel. Omdat twijfel het begin van kennis is, kan ik die twijfel niet negeren. Ik zoek naar kennis, wil weten wie ik ben, wat ik kan. Juist omdat ik alleen dan een goede basis heb om in de buitenwereld en met andere mensen tot zinvolle activiteit te komen. Uiteindelijk is dat wat ik werkelijk wil.

Mijn zoektocht naar zelfkennis is door de diepste krochten van de hel in het GGZ gegaan. Daar heb ik uitgebreid vivisectie gedaan op mijn ziel en persoonlijkheid, en alle mogelijkheden van wat maar mis met iemand kan zijn, serieus voor mezelf overwogen. Onder lange tijd aanhoudende aanmoediging vanuit het GGZ,  heb ik al mijn vermeende sterke kanten onder vuur genomen, en me afgevraagd of ze niet in werkelijkheid ziekelijk zwak zijn. Er is tijdens mijn zoektocht naar zelfkennis veel geweld gebruikt, zodat er niets positiefs meer overeind kon blijven staan.

De enige min of meer betrouwbare eigenschap die mij nog overbleef in mijn zelfbeeld, is een flinke dosis neuroticisme. Daarnaast is er diep in mij  een vurig in stand gehouden indruk dat er ergens positieve kwaliteiten moeten zijn. Soms denk ik er iets over te weten, wat mijn sterke kanten werkelijk zijn. Maar ze kunnen niet als een paal boven water staan. Voor mij zijn ze niet te bewijzen en nauwelijks te verdedigen. Vandaar ontstaat mijn streven om bewijzen te brengen vanuit het negatieve, het enige dat nog enigszins betrouwbaar lijkt.

Noodzakelijkheid en gevaar van de aandacht voor problemen.

Ook in mijn huidige therapiegroep wordt het meeste werk gedaan vanuit intensieve aandacht voor onze problemen. Deze therapiegroep biedt nu gelukkig wel een vriendelijke en veilige omgeving. Ik kan nu eindelijk constructief werken met mijn problemen, in tegenstelling tot het destructieve werk dat ik jarenlang gedaan heb. Maar het is nog steeds nodig om met mijn problemen bezig te zijn, om ze te kunnen oplossen.

Vanwege deze noodzaak tot intensief bezig zijn met de eigen problemen, krijgen veel mensen met psychische problemen ook te maken met moraliserende verwijten dat ze teveel met zichzelf bezig zijn. Terwijl deze mensen echt grote problemen hebben met zichzelf, waar dringend iets aan moet gebeuren. Dit geldt óók als het erom gaat dat anderen nog ooit eens plezier van hen kunnen hebben, maar dat blijkt moeilijk uit te leggen aan mensen die op dit moment vooral last hebben van iemands gezeur over zichzelf.

20150613_195704

De verwijten, hoe irritant en niet helpend ook, zijn meestal niet eens geheel onzinnig. Er is een groot risico om door te schieten met negatieve aandacht voor zichzelf. Ik denk dat de meeste mensen de natuurlijke en gezonde neiging bezitten om voldoende aandacht aan zichzelf te besteden. Sterke aandacht voor gevaar en problemen is ook noodzakelijk om te overleven, als er echt gevaar is. Maar als het gaat over gevaar dat zich vooral in ons eigen hoofd afspeelt, blijkt het vaak erg moeilijk te zijn om hier goed mee om te gaan. Mensen die geneigd zijn tot veel angst en een sterke focus op problemen, hebben daardoor een verhoogd risico op psychische problemen èn een verhoogd risico om daar teveel mee bezig te zijn. Als mensen zodanig verstrikt raken in zelf bedachte ellende en bijbehorende negatieve emoties, dat redelijkheid en vriendelijkheid niet meer binnen lijken te komen, wordt deze manier van aandacht verdelen zelf gevaarlijk. Daarbij zullen verwijten meestal een negatief effect hebben, maar de wanhoop verspreidt zich over de omgeving, die nog wel gezien heeft hoe deze ramp zich ontwikkeld heeft doordat iemand een negatieve focus op zichzelf heeft…

Het blijkt dus dat een al te sterke aandacht voor de eigen problemen behoorlijk giftig kan zijn. Maar de dosis maakt ook hier het verschil tussen geneesmiddel en gif. De uitdaging zit voor mij niet in het vermijden ervan, maar in het juist doseren.

In mijn beleving zijn veel mensen te bang voor het gif, en doen het tegendeel van wat ik doe. Ze stoppen hun problemen weg voor anderen en vaak ook nog voor zichzelf. Hierdoor worden ze niet goed zichtbaar terwijl ze er wel zijn. Het ongezien laten voortwoekeren van problemen lijkt me niet minder rampzalig dan een overdosis aan aandacht voor problemen. Ik streef ernaar om problemen aan het licht te brengen, inzichtelijk te maken, en andere mensen met problemen te laten zien dat ze niet alleen zijn.

Bevrijding van het negatief gevoel in beweging!

Soms voelt het zelfs bevrijdend, bevredigend en positief, om het negatieve vanuit mezelf naar buiten te brengen. Negatieve emoties willen iets in beweging brengen, zijn daarin misschien nog wel feller dan positieve emoties. Juist als ze tegengehouden worden, worden ze gemeen en giftig. Ze de beweging laten brengen die ze nastreven, is een grote bevrijding. Wel kan het moeilijk en riskant zijn om de weg te vinden waarop ze tot hun ware en goede werking kunnen komen. Ik heb dit lang niet mogen of durven oefenen, en nu doe ik het wel.

zelfreflectie veel

Ik hoop dus dat ik ergens wel goed bezig ben, maar tegelijk weet ik ook dat ik vaak een te hoge dosis neem. Steeds als dit enige keuze is die voor mij open lijkt te staan, behalve niets doen. Vandaar dat ik met vergiftigingsverschijnselen en al, mijn weg voortzet, als een negatief narcist door nacht en nevel. Zonder zekerheid of stabiliteit in mezelf waarop ik kan vertrouwen. Maar met een klein vonkje hoop en een vurige wil tot leven! Zoekend naar wat mij nog ontbreekt, naar het ware positieve en naar de ander….

Een verschil van meer dan dag en nacht.


angstoogjesduisterheissapad

Toen ik net verlost was van een bepaald behandeltraject in de GGZ dat een soort psychisch doodsvonnis voor mij geweest is, was ik extreem angstig. Vooral mijn sociale fobie was verschrikkelijk. Ik ging er eigenlijk van uit dat ik niet met mensen zou kunnen communiceren, en bij de eerste oogopslag voor gestoord aangezien zou worden….en wat er dan ging komen daar wilde ik liever niet aan denken. Ik gedroeg me daardoor als een angstig dier overal waar ik maar mensen zag of vermoedde.

Gelukkig had ik intussen eindelijk goede behandelaars gevonden binnen de GGZ. Ze hadden begrip voor mij,  en zagen ondanks de heftigheid van mijn angst wel, dat er afgezien van die angst eigenlijk helemaal niet zo veel mis met mij was. Ze gaven mij hoop en vertrouwen, stelden mij gerust als ik van streek was. Geleidelijk aan werden de gesprekken meer ontspannen, werd ik opener en spontaner, en zo bleek al snel dat ik wel degelijk in staat was om volwaardig contact te maken.

In de “echte wereld” viel het intussen nog steeds bepaald niet mee. Ik vocht heel hard tegen mijn angst, probeerde situaties toch op te zoeken, maar ik had mijn angst niet in de hand. Als ik mensen opzocht en dan in de greep van de angst kwam, ging ik me weer gedragen als een angstig dier, of, iets anders bekeken, als een “psychiatrisch geval”. En dat was precies wat ik NIET wilde.

Ik probeerde wel eens dit te ondervangen door te gaan uitleggen wat er aan de hand was. Het belangrijkste was dat mensen mij niet gingen verdenken van een ànder probleem dan ik werkelijk had. Als ik niets vertelde, was daar een aanzienlijke kans op, daar had ik helaas al teveel ervaring mee. Veel mensen hebben zó een of andere diagnose klaar, en als ze daar niet voor opgeleid zijn baseren ze het gewoon op een vergelijking met iemand met een stoornis die ze toevallig kennen.

Dus probeerde ik het uit te leggen. Helaas, de angst vertroebelde en verduisterde mijn denken en ik sprak aarzelend en onsamenhangend, of juist met een onbegrijpelijk lef al te vlot over de grootste verschrikkingen. Door me op de ene locatie na de andere onmogelijk te maken, maakte ik wel vorderingen. Op een gegeven moment kwam ik  aardig in de buurt van een acceptabele uitleg van mijn problemen. Het was alleen jammer dat het uitleggen op zichzelf al als een vorm van gestoord gedrag voelde in veel situaties, èn dat mijn overdreven angstgedrag hoe dan ook nog steeds storend was. Door al het gepraat erover had ik het bovendien zowel bij mezelf als bij anderen extra in de aandacht gezet, en voelde me dus nogal een ernstig psychiatrisch geval. Met andere woorden: Tijd om te vluchten!!!

Maar ik werd nog steeds goed ondersteund door mijn behandelaars. Al mijn rare paniekgedrag en sociaal inadequate pogingen om lastige situaties op te zoeken, werden niet gezien als een teken dat er echt iets mis met mij zou zijn. Het betekende alleen dat ik nog teveel angst had en nog te weinig controle erover. Nog afgezien van de behandeling zelf, was dit een geruststelling die mij hielp om door te zetten en mijn angst wat te laten zakken, ondanks de nog steeds optredende negatieve ervaringen.

Zo kon ik uiteindelijk ook positieve ervaringen opdoen, en beleven wat een verschil van dag en nacht het kan zijn: nagenoeg dezelfde situaties met en zonder angst. Dat is best wel bizar.

Ongeacht waar ik ben, in de angst is het duister, gespannen en gevaarlijk. Ik heb allerlei nare gedachtes over wat anderen over mij denken, wat ze zouden kunnen gaan doen, en wat er mis met mij zou kunnen zijn. Vooral veel extreme en onrealistische gedachtes, maar toch voelt de kans dat ze waar kunnen zijn echt behoorlijk groot. Zeker omdat ik me inderdaad weer gedraag als een angstig dier…

Maar dan als ik niet angstig ben, zelfde situaties. Normaal daglicht, ontspannen, mooie, leuke en interessante dingen in de omgeving, mensen waar ik normaal mee kan praten….niets aan de hand!

wolkenlucht

Ik wissel nog regelmatig van perspectief. Maar ik heb nu vaker positieve ervaringen. En ik ben ook beter in staat om gewoon nerveus te zijn zonder helemaal onder te duiken in de ‘angstwaan’. Omdat ik er nu over het algemeen van uit ga dat ik weliswaar nogal geneigd ben tot zenuwachtigheid, maar dat er verder niet iets heel ernstigs mis is met mij.

Het kan zijn dat er medisch gezien wel sprake moet zijn van een stoornis bij mij, aangezien ik toch kan opgaan in irrationele angsten zodanig dat ik niet meer kan functioneren. Natuurlijk, dat vind ik zelf ook niet psychisch gezond. Het is ook goed dat mijn problemen erkend worden, en dat ik er behandeling voor kan krijgen. Ik heb goede hulp gehad die me uit de totale inzinking geholpen heeft, en inmiddels ben ik alweer een paar weken bezig met schematherapie in een groep. Dit geeft me echt het gevoel dat ik op de goede weg ben. Alleen al dat het goed voelt voor mij in een groep, dat ik me durf te uiten en behoorlijk actief kan meedoen, is een teken van enorme verbetering.

Schematherapie is een vrij standaard optie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen in de psychiatrie, dus in die zin word ik nog steeds behandeld als iemand met een psychiatrische ziekte. Maar nu ik een diagnose heb waar ik zelf ook iets mee kan, en invoelende behandelaars die gelijkwaardig met me omgaan, heb ik daar geen problemen meer mee.

Zelfs al is deze behandeling gericht op een psychiatrische ziekte, is een belangrijke boodschap die ik erin meekrijg: ‘Je problemen zijn geen bewijs dat er intrinsiek iets mis met je is. Ze zijn eerder een bewijs dat je een mens bent, met gevoelens en met pogingen om je aan te passen aan situaties, die ook wel eens verkeerd uitpakken. Je hebt de pech gehad dat er daarin inderdaad het een en ander verkeerd gegaan is, maar er is nog veel verbetering mogelijk door eraan te werken!’

Opnieuw een verschil van dag en nacht, vergeleken met de boodschap: ‘Je bent ziek en beperkt en zelfs te beperkt om zelf je beperkingen in te zien!!’

Wat zou ik eigenlijk het beste kunnen zeggen over mijn voormalige behandelaars, mensen over wie ik nu geneigd ben rancuneus te denken: ‘Ellendelingen en sukkels die te beperkt waren om hun eigen beperkingen in te zien’ ? Zouden ook zij dan gewoon mensen geweest zijn, die fouten gemaakt hebben, en nog steeds in staat zijn om te leren en beter te worden?