Geen persona of geen persoonlijkheid?

Soms zou ik wensen dat ik helemaal geen persoonlijkheid nodig zou hebben. Ik wil gewoon een leven hebben, in plaats van steeds aan mezelf te moeten werken. Het duurt nu al zo oneindig lang dat ik dat probeer, en het lijkt ook niet eerlijk. Andere mensen zijn er ook lang niet altijd zo mee bezig om zichzelf steeds te moeten verbeteren, terwijl die toch ook niet allemaal zo’n enorm hoogstaand ontwikkelde persoonlijkheid lijken te hebben. Natuurlijk zijn daarin grote verschillen, maar ik meen toch dat er meer dan genoeg mensen rondlopen die zichzelf zelfs nog slechter voor elkaar hebben dan ik mezelf en het desondanks stukken beter naar hun zin hebben en/of in hoger aanzien staan. Dus waarom moet ik dan zo nodig maar blijven sleuren aan mijn persoonlijkheid die zich afwisselend als dood paard, paniekerig paard en opstandig paard gedraagt bij alles wat ik eraan zou willen verbeteren?

Natuurlijk omdat dat ik me nog steeds regelmatig met dermate schaamtevolle stumperigheid achter de vermeende feiten aan zie rennen dat ik nog veel liever hard zou weglopen. Het lijkt dan wel of ik echt helemaal NIETS goed kan doen. Bijna niets wat ik van mezelf zou kunnen laten zien lijkt aanvaardbaar voor mezelf en al helemaal niet om door een ander gezien te worden. Mochten er nog wat fragmentjes overblijven die ik wel vind kunnen, dan zijn dat er toch echt niet genoeg.

Het is wel de vraag wat het dan precies is waar ik zo schandalig op misgrijp in zulke panieksituaties. Voor een deel kan die narigheid veroorzaakt worden doordat ik tijdelijk niet in staat ben om mijn eigen goede en sterke kanten te zien, terwijl mijn fouten en tekortkomingen overmatig de aandacht opeisen. Dan zie ik mijn schaduw dus groter dan mijn persoonlijkheid, maar betekent dat ook dat er met mijn persoonlijkheid zelf iets mis is?

Vaak ben ik vooral ook erg bang voor wat de ander ziet. Ik ga er dan van uit dat dit zeer negatief is en bovendien dat het als het negatiever is dan wat ik oorspronkelijk zelf dacht over mezelf, het dus ook meer waar is dan wat ik zelf dacht. Eigenlijk is het dan meer mijn “persona” dan mijn persoonlijkheid die mijn wantrouwen in eerste instantie wekt. De betekenis van “persona” is ook wel masker. Het is dus iets eigenlijk oppervlakkigs dat je verkiest aan anderen te laten zien. In het normale sociale verkeer worden dergelijke maskers veel gebruikt, en het ontwikkelen van een geschikte persona voor voorkomende situaties kan wel gezien worden als onderdeel van normale persoonlijkheidsontwikkeling. Desondanks lijkt mij ook dat een echte, goed ontwikkelde persoonlijkheid zou maken dat je die oppervlakkige maskers niet meer nodig hebt, omdat je als compleet persoon in staat bent om in iedere situatie zowel authentiek te blijven, als ook voldoende aangepast te zijn aan de situatie en sociale context. Zowel in contact met je diepste innerlijke passies als ook in vruchtbare verbinding met de buitenwereld zou je optimaal in je kracht komen en creatief kunnen realiseren wat je aan mogelijkheden hebt in het leven…

Deze voorstelling maakt verder werken aan persoonlijkheidsontwikkeling dan toch wel weer aantrekkelijk. Het kan dan wel zo zijn dat veel anderen ook niet optimaal ontwikkeld zijn, maar dit is eigenlijk toch niet voldoende reden zijn om het zelf dan ook maar niet meer te proberen. Complexe emotionele conflicten en crisis schijnen zelfs te kunnen bijdragen aan diepgaande ontwikkelingen van persoonlijkheid, zodat mijn vermeend kansloze achterstand op de vermeende feiten misschien toch niet zo onoverkomelijk hoeft te zijn als het mij in de angst steeds voorkomt. Maar ga mij niet vertellen dat de angst altijd liegt, want dat zou in strijd zijn met het beetje persoonlijkheid dat ik tenminste al wel heb!

Wel zou ik me zowel in dit blog als overal anders ook wel graag eens van een totaal andere kant willen laten zien, en zonder steeds mijn schaduw voor mijn persoonlijkheid te schuiven bij gebrek aan persona. Ook zou ik mezelf wel helemaal willen kunnen overslaan en juist met al het andere bezig gaan, dat zo veel verrijkender is of lijkt, maar dan lijkt de keuze die ik zou kunnen maken uit en de manieren waarop ik zou kunnen omgaan met “al het andere” toch weer al te griezelig naar mij zelf terug te verwijzen. Bij leven de eigen persoonlijkheid vermijden is kortom een onmogelijke opgave, maar ik vind het nog altijd erg lastig wat ik er dan wel mee moet.  Voor de rest gaat het trouwens wel prima, hoor (echt waar!).

*

(Afbeelding: Een werk van Titia van Beugen)

Advertenties

WAT mag eigenlijk “werkelijk leven” heten?

Een aantal keren al, heb ik geschreven over “leven” als zijnde iets dat ik nog moet leren, waarvoor ik angsten moest overwinnen, en zelfs als iets dat onmogelijk leek, iets dat ik bij volledig bewustzijn toch verloren kon hebben.

Het is tegenwoordig vrij gebruikelijk om het woord “leven” in een dergelijke betekenis te gebruiken, verwijzend naar iets anders dan wat het in zuiver biologische zin betekent. Het idee dat je niet echt “leeft” als je bijvoorbeeld niet tot het uiterste gaat, niet geniet of niet succesvol bent et cetera, is wel haast een cultuurfenomeen te noemen.

Hoewel ik zelf altijd het gevoel gehad heb dat een dergelijke vorm van levensdrift, die een leven op een laag pitje niet kan accepteren, voor mij geheel natuurlijk is, wordt er dus ook vaak gesuggereerd dat dit iets is waarmee mensen zich door de huidige in westerse welvaartslanden heersende cultuur het hoofd op hol laten jagen. Ik denk wel dat het feit dat de cultuur het óók nog eens eist, de totale druk van deze zelfverwerkelijkingsdrift gevaarlijk hoog kan doen oplopen.

Wat ik geneigd ben onder “werkelijk leven” te verstaan als ik niet uitkijk, is voortdurend maximale stimulatie, afwisseling en uitdaging, waarbij sympathisch zenuwstelsel, zintuigen en spieren alle registers opentrekken en er daarbij bovendien nog in slagen de niet-stressgerelateerde hersendelen maximaal te doen functioneren.

Naast dergelijke redeloos opgeklopte verwachtingen van mijn acties en ervaringen, zijn er ook nog de prestatie-eisen waarbij ik alleen mag overleven als ik de aller-, allerbeste ben, en ik mag nooit iets doen waar in de ogen van enig ander ook maar iets mis mee is. Laat staan natuurlijk dat ik iets mag doen of nalaten in strijd met wat ik zelf goed vind!

Zo bezien zijn er drie belangrijke problemen met mijn leven, die maken dat ik zelf het gevoel kan hebben dat ik “niet leef”:

  1. Ik stel onmogelijke eisen aan wat ik doe en ervaar om het “leven” te mogen noemen.
  2. Ik stel onmogelijke eisen aan wat ik doe om mezelf het recht te durven gunnen dat ik màg leven.
  3. Het moeten voldoen aan deze onmogelijke eisen roept dusdanig intense stressreacties op, dat ik niet anders meer kan dan tamelijk primitief vermijden of afreageren. Hiermee versterk ik de hele situatie “Ik leef niet en heb daar het recht ook niet toe”, zoals deze volgt uit de combinatie van mijn eisen en de werkelijkheid.

Eigenlijk denk ik dat veel mensen in deze cultuur een beetje deze problemen hebben. Meestal kunnen mensen nog wel voorkomen dat dit soort existentiële problematiek al te storend en al te bewust wordt, of dat het zelfs duidelijk merkbaar wordt voor anderen. Maar het lééft wel bij veel mensen. De huidige tijdgeest is niet voor niets uitgemaakt voor “Borderline Times” en “Age of Anxiety”. Al schijnt die laatste term ook al voor andere, vroegere tijden gebruikt te zijn. Het doordraven van zowel mensen als hele samenlevingen is dan mogelijk toch van alle tijden…

 

Het streven om “werkelijk te leven”, dat ik als natuurlijke drift ervaar, beschouw ik op zichzelf toch nog steeds als gezond. Tegelijk herken ik ook de dynamiek waarin het tot een onmogelijke eis verwordt, die zowel door de natuurlijke drift als ook door de cultuur opgejaagd word. Ik moet dus uitkijken dat ik wel realistisch blijf over wat onder “werkelijk leven” verstaan dient te worden. Hoge intensiteit van actie, ervaren en ook denken, is wel iets dat er voor mij ècht bij hoort, maar zelfs niet als ik “evenwichtige afwisseling” aanbreng in wàt ik dan zo intens wil doen, kan het niet voortdurend maximaal zijn. Ook is het gewoon niet waar, dat ik alleen mag overleven als ik de aller, allerbeste ben. Wel wil ik graag presteren, maar dat is heel iets anders dan de redeloze maximaliserende dwang die niet toelaat dat enig ander dier ergens beter in is.

Ondanks dit alles, bedacht door mijn redelijk verstand, kan ik nog steeds wel eens het gevoel hebben dat ik “niet werkelijk leef”. Dan zit ik aan de schaduwzijde van mijn leven. Maar ik zie de schaduw zo donker, omdat er ook licht is! Licht in alle intensiteiten en kleuren, méér omvattend dan alleen het zichtbare spectrum. Eigenlijk ga ik juist ook graag in de schemerzone van het leven staan. Daar vandaan kan ik tegelijk contact maken met zowel de lichte als de duistere kant. Het voelt niet altijd goed maar ik leef wel degelijk en zelfs in zekere zin juist zó heel erg “ten volle”.

Wel zie ik vanuit mijn observatiepost in de schemering helder genoeg: Ik ben nog altijd niet voldoende vertrouwd met het volle daglicht. Gedraag me toch nog te vaak schichtig als een wezen van het duister dat vreest gedood te worden door de blikken van mensen die mij kunnen zien! De angst zit er heel diep in, hoe zeer er ook geen redelijke reden toe is. Er valt nog veel te zien en te doen aan de “lichte” kant van het leven, waar ik mij nog te weinig aan gewaagd heb. Desondanks is het ook nu al “werkelijk leven” wat ik doe, en dat al sinds mijn noodlottige conceptie met alle recht van de wereld bovendien!

fractal where dreams are born

Leven met exposure in soorten en maten.

Exposure bij angststoornissen.

In de behandeling van angststoornissen is “exposure”, het aangaan van de angst, meestal een belangrijk onderdeel. Ik heb zelfs wel eens de neiging gehad om dit te interpreteren als: hoe meer exposure hoe beter. Het leven begon toch buiten je comfortzone!

Weliswaar had ik al lang geen comfortzone meer, of althans, daar had ik verboden gebied van gemaakt, aangezien ik eindelijk eens moest en zou beginnen met leven!

20150718_220549~2

Vaak werd ik vooral enorm gestresst en gefrustreerd door deze pogingen tot exposure. Het voelde dan echt helemaal niet goed, en ik ging nog raar doen ook waardoor ik mijn angsten alleen maar verder bevestigde. Maar net vaak genoeg om het niet op te geven, werkte het dan toch wel. Dan had ik eindelijk eens toegang tot het leven! Altijd te kort weliswaar, maar toch: Leven! Daar deed ik het voor!

Bovendien, hoewel het in angstige situaties vaak voelde alsof het niet zo was, leerde ik er uiteindelijk ook van. Nu constateer ik vaak met groot genoegen dat een situatie die me enige tijd geleden redeloos en radeloos maakte, me moeiteloos af ging alsof ik er in mijn hele leven nog nooit een probleem mee gehad zou hebben!

Weliswaar komt het ook steeds weer voor dat het opeens toch weer wel een probleem is, maar dan heb ik toch al steun van het weten dat ik het eigenlijk wel degelijk kan.

Toch lijkt me achteraf bezien, de mentaliteit waarmee ik het aanging niet altijd even gezond. Ik heb de indruk dat ik door mezelf zo lang aan één stuk door aan stress bloot te stellen, mijn innerlijke stressregulatiesysteem nog verder ontregeld heb. Voor mijn gevoel heb ik mezelf daarbij ook nog eens zo goed als onmogelijk gemaakt bij een veel te groot aantal mensen, door in een redeloze vecht-vlucht-of-bevries modus het “contact” met hen aan te willen gaan…

Wel heb ik nog de hoop dat ik in ieder geval het belangrijkste deel van de daarbij opgelopen schade nog kan goedmaken, zodat ik alles bij elkaar er toch iets mee gewonnen heb.

Exposure in “risk assessment.”

In mijn studie ging het ook over exposure, 4 weken lang aan één stuk door. Het bepalen van de exposure is een van de essentiële onderdelen van de manier waarop risico’s vanuit de wetenschap ingeschat worden. Ik zal mijn lezers niet vervelen met de definities van exposure die in mijn vakgebied gehanteerd worden, maar meestal komt het toch neer op het in aanraking komen met schadelijke stoffen. Exposure is dan hetgene dat van een potentieel gevaarlijke stof pas een daadwerkelijk schadelijke stof maakt. Het is dus iets dat we over het algemeen willen vermijden.

Wel zijn er ook exposures die een gunstig effect kunnen hebben, en waarbij afwezigheid van exposure zelfs schadelijk kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor water, vitamines, en lichamelijke inspanning. Toch is het ook bij al deze dingen zo, dat een té hoge exposure ook weer schadelijk is. Als we het effect van zulke stoffen in een grafiek weergeven, krijgt dat een U-vorm. Tenminste in de toxicologie, waar negatieve effecten gemeten worden. Je zou de U ook kunnen omkeren natuurlijk, als je vooral van het positieve wilt uitgaan, maar dat doen we niet 😉

u-shaped-dose-response

Exposure aan fouten.

Zoals ik een beetje liet blijken uit mijn vorige blog, kreeg ik in mijn studie al snel te maken met een overmatige exposure aan het moeten maken van fouten. Dat is niet voor het eerst. Het lijkt erop dat ik nogal gevoelig ben voor fouten die ik maak.

Op zich is dat niet per se een ziekelijke afwijking. Het heeft zelfs het voordeel dat ik in principe minder en kleinere fouten hoef te maken om iets goed te kunnen leren. Bovendien zal ik sterk intrinsiek gemotiveerd blijven om fouten te vermijden, zodat ik in principe nauwelijks externe druk nodig heb om scherp te blijven.

Exposure aan fouten is ook wel te beschouwen als iets dat een u-vormige dosis-respons relatie heeft. Ook ik kan tot niks komen als ik fouten helemaal zou willen vermijden. Tegelijk zal ik ervoor moeten zorgen dat ik me niet laat vergiftigen door die overdosis, die al kan optreden terwijl er voor anderen nog niets aan de hand is. Daarbij moet ik enerzijds voorkomen dat dit ontaard in het nog verder versterken van mijn toch al veel te storende faalangst, en anderzijds dat het geen meedogenloze ophoping van overdoseringen wordt, die het ook alleen maar erger maakt.

Totale exposure.

Exposure blijkt nu echt overal te zijn. De dagelijkse spits van en naar Utrecht geeft mij bijvoorbeeld verhoogde exposure aan allerlei schadelijke stoffen die we in verband brengen met gezondheidsrisico’s. En stress. En reclame-auto’s waarvan ik kan aflezen dat reclame maken ook exposure is. Maar dat wist ik eigelijk al.

Als ik aan het koken ben produceer ik exposure, en bij het schoonmaken, terwijl je door te weinig schoon te maken uiteindelijk ook je exposure verhoogt. Enzovoorts, ik geloof niet dat er nog een einde zou komen aan een opsomming van exposures. Zo lang er leven is, is er exposure zal ik maar zeggen.

Ik heb dus een fantastische studie gekozen om mijn neuroticisme mee te cultiveren. Gelukkig is cultiveren toch heel iets anders dan oncontroleerbaar laten voortwoekeren. Dat zou gemakkelijk schadelijker kunnen worden dan alle risicoverhogende exposures bij elkaar!

Het zo goed mogelijk omgaan met alle exposures is dus niet alleen een wetenschap maar ook een kunst. Ik ben dus ijverig aan het oefenen, en bij de kunst hoort ook: Leven met al die exposures en met het verstandig vermijden ervan. Ondanks alles en dankzij alles, leven! Daar doe ik het voor!

overwinning op het rampjaar 2012

“Herstel” en mijn herstart in de wetenschap.

Ondanks al mijn goede moed en enthousiasme, kan ik voor mezelf niet ontkennen, dat ik nog flink wat angst heb voor de aankomende start van mijn studie “Toxicology & Environmental Health”. Na een aantal jaren psychiatrie is er bij terugkeer in de maatschappij een heel spanningsveld ontstaan waar je ook nog eens niet zomaar met iedereen over kunt praten.

Als ik niet in het verleden al geschreven had over mijn ervaringen met psychiatrie en aanverwante zaken, zou ik het op dit moment denk ik ook niet het risico waard achten om “uit de kast te komen” op internet. Maar nu wil ik toch graag waar ik kan met mijn schrijven een beetje het pad verlichten van wie, zoals ik zelf, uit de totale duisternis terug het leven en daarbij zelfs “de maatschappij” in probeert te komen…

Sinds mijn crisis lijken verwachtingspatronen over mijn academische prestaties radicaal omgekeerd. Er zijn nog enkele mensen die mij wat beter kennen, die er nog heel wat vertrouwen in stellen, maar er zijn ook mensen die sinds de crisis enorm skeptisch geworden zijn over mijn mogelijkheden. Zelfs mensen die me helemaal niet kennen, maar wel enkele feitjes bezitten over mijn psychische gezondheid en/ of oordelen van anderen daar over, hebben zich vaak erg stellig uitgesproken met in mijn beleving zeer negatieve verwachtingen.

Tijdens mijn re-integratietraject en later bij een telefoongesprek met het UWV, waarbij het over mijn studieplannen ging, werd bijvoorbeeld gezegd: “Eerst maar eens zien of dat niet maar wat wilde plannen zijn”, en “Heb je al besproken of dat wel haalbaar is?”

Terwijl ik dacht: “Wilde plannen? Ik heb geen conservatiever en veiliger plan kunnen verzinnen….” en “Waar zou ik in vredesnaam iemand vandaan moeten halen die beter kan weten of het haalbaar is, dan ik zelf?”

Maar zelfs al ben ik het er niet mee eens, de zelftwijfel die ik vaak toch al wat teveel heb, is flink aangewakkerd met zulke suggestieve vragen, en laat me niet gemakkelijk meer los.

Net als de stereotype dooddoener van opname afdelingen en dagbesteding “Je zit hier niet voor je zweetvoeten”. Erg kortzichtig vond ik die. Ik zat daar inderdaad niet voor mijn zweetvoeten, maar door een verkeerde diagnose en de schade die een daarop gebaseerde behandeling had aangericht.

Maar toch…

Ook een verkeerde diagnose komt ergens vandaan, en niet doordat ik geen klachten gehad zou hebben…Daarbij kan ik de schade van de verkeerde behandeling ook niet ontkennen…Alleen al het feit dat sommige mensen mij blijkbaar met zoveel zekerheid zien als een nogal ernstig gestoord geval bij wie het ook geen belediging, maar realistisch en zorgzaam is om zulke dingen te zeggen…

…Laat ik ook zeker maar niet alles en iedereen gaan citeren die zulke dingen gezegd heeft, anders wordt het straks nog te geloofwaardig dat ze wel gelijk gehad zullen hebben!

De laatste hulpverleners die ik gesproken heb, en andere mensen door wie ik me redelijk goed begrepen gevoeld heb de laatste tijd, vonden wel dat ik mezelf niet zou moeten zien of presenteren als iemand “met beperkingen”. Zelf geloof ik ook niet echt, dat ik zoveel meer beperkingen zou hebben dan de gemiddelde ander. Maar daarmee zijn de problemen nog niet weg, of zelfs maar onzichtbaar geworden voor anderen…

Zo heb ik dus alles bij elkaar nog vrij sterk de neiging, om mezelf enorm veel druk op te leggen om met zekerheid te voorkomen dat de beperkingspredikers gelijk zouden krijgen, of dat nieuwe mensen met wie ik in contact kom, mij ook weer al te ernstig gestoord zullen gaan vinden. Ik moet dus perfect presteren en perfect normaal doen!

Dat is precies mijn perfecte valkuil, waarmee ik mijn eigen graf zo goed kan graven: Ik jaag mezelf angst aan omdat ik geen angst mag tonen. Dat is toch iets dat ik zou willen vermijden, ware het niet dat vermijdingsmotivatie op zichzelf alweer angst in zich besloten heeft liggen!

Was het trouwens niet om te beginnen al uit angst dat het intellectuele het enige is dat ik nog enigszins kan, dat de wetenschap nu toch de minst onveilige keuze leek?

Daarbij ben ik met dit conservatieve plan een aardig eind op mijn eigen schreden teruggekeerd, terwijl ik toch intussen de hele wetenschap en academische wereld al lang achter me afgefakkeld had? (Zie Wetenschap en Waarheid, Is filosofie compatibel met mijn vrije wil)

Het valt te vrezen dat ik er ten onder zal gaan aan rationaliseringen, en anders wel aan veroordeeld worden voor irrationalisme. Daarbij nog al het doodsaaie en toch nog op mijn zenuwen werkende precisiewerk, enzovoorts….

Is er eigenlijk wel werkelijk leven in de “life sciences”?

…Een vraag die een bodem raakt…

Ik kwam een uitspraak van Richard Feynman tegen, die ik heel toepasselijk vind:

I have a friend who’s an artist, and he sometimes takes a view which I don’t agree with. He’ll hold up a flower and say: “Look how beautiful it is”, and I’ll agree. But then he’ll say: I, as an artist, can see how beautiful a flower is. But you, as a scientist,take it all apart and it becomes dull.” I think he’s kind of nutty. There are all kinds of interesting questions that come from a knowledge of science, which only adds to the excitement and mystery and awe of a flower. It only adds. I don’t understand how it subtracts”.

20130617_175123

Mijn negatieve visie op de wetenschap, is de manier waarop die kunstenaar het bekijkt. Maar de visie van Feynman leeft ook in mij. Behalve dan dat ik wèl zie hoe wetenschap afbreuk kan doen. Maar wetenschap hoeft geen afbreuk te doen aan de levendigheid van ervaring, en kan daar zelfs aan toevoegen!

 

Wat dat betreft heb ik wel een tak van wetenschap gekozen die zich niet direct richt op de meest aangename kanten van het leven. Maar die wel kan helpen om leven en gezondheid te beschermen, en die ik bovendien enorm interessant vind!

Zo ben ik terug op mijn “oude” weg, de wetenschap, na het maken van duistere en vernietigende, maar later ook weer leven brengende omwegen. Ik ben niet gestorven, maar er niet zo zeker van dat ik sterker geworden ben. Wel heb ik veel geleerd, en mijn weg vervolgend zal ik nog heel veel nieuwe dingen kunnen gaan leren, die ik voorheen nog niet geleerd heb…

Vakantie als finale van de “altijd vakantie”!

Altijd vakantie”, NO WAY!!!

Relatief kort nadat ik ontslag had genomen van mijn laatste verblijf in een psychiatrische instelling, en ik net genoeg moed bij elkaar had weten te schrapen om een sportschool te bezoeken, liet iemand zich daar een opmerking ontvallen met: “…. Bianca, die heeft altijd vakantie”. Waarschijnlijk niet meer dan een wat onhandig eruit geflapte, lollig bedoelde opmerking, die ik hem verder niet persoonlijk kwalijk neem. Maar echt. “Altijd vakantie”?!? Niets was minder waar, al hoefde ik inderdaad nooit te werken. Maar het voelde veel meer als een straf, door uitsluiting als zelfs nog pijnlijker alternatief voor opsluiting, dan als vakantie!

Op vakantie gaan was zelfs helemaal geen optie. Mijn gang naar de sportschool was al een groteske overschrijding van de grenzen van waar mijn angst nog beheersbaar bleef. Ik deed dus al wat ik kon en schoot toch nog schromelijk tekort in mijn pogingen om aan de saaiheid van mijn al te beperkte bestaan te ontsnappen.

Door het niet hoeven werken, en de door iedereen in mijn omgeving drastisch naar beneden bijgestelde verwachtingen, waren zo goed als alle verplichtingen waar een mens maar enigszins onderuit kan, weliswaar weggenomen. Maar de enige verplichting waar geen ontsnapping van mogelijk is, bleef ik pijnlijk voelen in ieder spoortje bewustzijn: De verplichting om te leven, zo lang ik niet sterf.

Die “vakantie” is het, die nu eindelijk echt ten einde loopt. Langzaam heb ik geleerd mijn verplichting om te leven, weer steeds beter aan te kunnen. Niet dat ik me nu onkwetsbaar voel, maar het lukt tenminste weer om met mijn kwetsbaarheid te leven. Daarbij helpt mij ook om bewust te blijven dat ieder mens kwetsbaar is, en niet alleen maar ik, of mensen die ziek zijn en/ of als “ziek” bestempeld (geweest) zijn.

1340

Eindelijk geen “vakantie” meer!

Zo ga ik aankomende september te beginnen aan een fulltime Masterprogramma, met de serieuze bedoeling om dit af te maken en via die weg te ontkomen aan de veroordeling tot arbeidsongeschiktheid. Ondanks een aantal gesprekken die ik gevoerd heb ter oriëntatie daarop, die behoorlijk ontmoedigend waren. Ondanks dat het aanmelden voor een Master ook al een soort sollicitatie bevat, en ik een motivatiebrief en een acceptabel ogend CV in elkaar heb moeten wrochten. Gelukkig waren er ook mensen die mij steunden hierin. Bovendien sta ik nu zelf ook zodanig achter deze keuze, dat ik mij niet bij ieder beetje tegenspraak laat terug jagen. En ik ben aangenomen voor de Master die ik het liefste wilde doen!

Aangezien de programmacoördinator alle studenten alvast een fikse portie studiemateriaal aanbeveelt, die je geacht wordt te beheersen bij de start van het programma, heb ik daar nu al aardig wat werk aan. Zowel het alweer een aantal jaren eruit geweest zijn, als het nooit werkelijk aangeleerd hebben van studievaardigheden, is nu wel voelbaar. Maar ik merk ook dat ik, hoewel ik er af en toe nog wel wat over in de stress schiet, wel het overzicht behoud, durf te proberen, en zowel inhoudelijk als qua studie-aanpak nu al veel aan het leren ben, wat erg leuk en interessant is!

1330

Een ECHTE vakantie!

Intussen ben ik nog wel op VAKANTIE geweest! En niet zomaar een voorzichtige vakantie, nee op een groepsreis voor singles, met mensen die ik nooit eerder gezien had, veertien dagen naar Noord-Italië, en voor het eerst kamperen ook.

Deze dagen waren goed gevuld met leuke en spannende activiteiten, en er was geen ontkomen aan sociale situaties. Soms nog erg beangstigend, confronterend en triggerend. Gelukkig was de reisleider ook echt een goed aanspreekpunt voor zulke dingen, zelfs al was hij tien jaar jonger dan ik en niet “ervaringsdeskundig”. Bovendien bestond de groep uit leuke mensen die gemakkelijk in de omgang waren, en met wie best te praten viel, zelfs over moeilijke onderwerpen.

Zo kwam het dus toch goed met die vakantie. Ik heb enorm genoten van de omgeving, de activiteiten, en van de sociale situaties waarin ik NIET teveel door angsten, frustraties en beladen herinneringen belaagd werd. Leren kamperen, nieuwe spelletjes geleerd, heerlijk in de bergen wandelen, inspannend en ontspannend tegelijk, met geweldige uitzichten. Voor de eerste keer raften, windsurfen en klettersteigen (“Via Ferrata”).

Onderdompeling in spanning en vrijheid!

Het allerbeste hoogtepunt vond ik het canyoning. Weliswaar was ik opnieuw erg nerveus aan het begin van die activiteit, en daarbij was het eerste wat we moesten doen, ons direct aan een touw van een hoge brug af laten zakken. Volledig vertrouwen op een stel onbekenden en hun touwen.

Dat moest daarna nog een aantal keren, want we liepen en klauterden niet alleen door een canyon, we lieten ons ook van watervallen zakken of het waterglijbanen waren. De eerste keren aan een touw, maar daarna ook los! Handen voor de borst en gaan! Het was geweldig: Het koude water was prikkelend, watervallen bleken de ultieme waterglijbaan. De rotsen mooi rond uitgesleten door het water, en dan samen met het water te vallen midden in de prachtige natuur. De plons die je maakte onderaan de waterval, kopje onder in het heldere maar onrustige water, en het wegzwemmen in de stroming onder de waterval-douche door.

Als finale van deze prachtige ervaring een Sprong in het Diepe: Van acht meter hoogte in het witte schuim onderaan een waterval springen vanaf een platform in de rotsen. Een van mijn reisgenoten deed dit met een supercoole, relaxed ogende salto achterwaarts. Ik zelf bleef echter, ondanks vastbesloten te zijn om te gaan springen, nerveus naar beneden staan kijken, tot 3x toe niet in staat mezelf te dwingen tot de sprong. Terwijl ik zo graag wilde, en het me ook echt leuk leek…

1302

De gids, een stoere man, liet me dan ook niet terug gaan. Echt niet. Ook hij wist, dat ik wilde springen. Mijn reisgenoten begonnen mij met luid roepen aan te moedigen. Nog keek ik in het schuim, nog twijfelde ik of ik, met door angst beïnvloedde motoriek, die sprong nu echt wel veilig kon maken. Bovendien vertelden mijn zintuigen mij simpelweg dat het er niet als goed idee uitzag. Vooral niet als een veilig idee; een goed idee toch wel degelijk! Ik verlangde naar de sensatie, voelde me mentaal daarin opgetild door het geroep van mijn groepsgenoten, en nam eindelijk de sprong!

De sprong ging helemaal goed en voelde fantastisch. Ik voelde me een totaal ander persoon dan degene die in de angst blijft hangen. Voelde tegelijk ook dat ik dezelfde persoon was, maar dan van de betere kant. Ik ben mijn lichte en mijn donkere kant, zowel nerveus als ook moedig, ja in vele opzichten bijna in strijd met de logica, kan ik zelfs iets zowel wel als ook niet zijn…

Deze tegenstrijdigheid vormt mijn ontwikkelingspotentiaal, en daarmee ga ik aan het werk. Stel mijn redelijk vermogen aan in dienst van mijn emoties, en eveneens andersom. Opdat beide productief mogen worden, èn plezier kunnen maken, èn de veiligheid bewaken. Als het aan mij ligt ga ik nog vaak op vakantie, maar nooit meer “altijd vakantie”!

1368

Geloven, Idealen en Angst. Chaos in ontwikkeling.

fractal feelings 10

In de angstige benauwenis van mijn eigen bekrompen problematiek blijken behoorlijk grote thema’s rond te zweven. Zoals geloven en idealen.

Zowel in het grote als in het kleine heb ik vaak moeite om ergens in te geloven, en dat met goede bedoelingen. Namelijk omdat ik geloof dat het niet goed is om dogma’s aan te hangen die waarheidsvinding verhinderen. Ik geloof dus wel degelijk ergens in, maar waar in eigenlijk?

Mijn “geloof” lijkt niet coherent genoeg te zijn om er iets mee te kunnen, en ik vermoed dat het erg handig zou kunnen zijn om dat te veranderen. Dan zou ik misschien niet meer zo’n karikaturaal neurotische twijfelaar hoeven zijn, en eindelijk eens iets kunnen bereiken in het leven.

Als ik volgens de reguliere systematiek zou moeten aangeven wat mijn geloof is, dan ben ik “agnostisch”, wat heel typerend zegt dat ik geloof dat ik het niet weet. Daarbij heb ik wel gemerkt dat waarheidsvinding hoog op mijn ethische agenda staat, en dat ik vind dat mijn leven zinloos is als ik geen verbinding maak met anderen en als ik niets creëer dat boven mijn persoon uit komt. Verder hecht ik grote waarde aan zelfontwikkeling en aan intense, afwisselende sensaties in het leven. Ook voel ik me diep van binnen tot ver boven mijn macht betrokken bij het lot van mensheid en wereld. Van daar uit ervaar ik een drang tegen beter weten in om de wereld te verbeteren, en op dit gebied wordt het meest indringend duidelijk dat ik het niet weet: Ik weet niet wat de wereld echt nodig heeft om te verbeteren. Al is het alleen al omdat ik zowel het individu als het grote geheel in eer zou willen houden, zodat iedere keuze voor concessie van het een aan de ander in mijn voorstelling van de ideale wereld zich in mijn geweten toont als een misdaad.

In principe zou het geen probleem mogen zijn om niet te weten hoe de Ideale Wereld er uit zou zien, aangezien het sowieso ver boven de macht van een individu ligt om dit ideaal zonder hulp te kunnen bereiken. Bovendien is het voor het persoonlijk functioneren in de maatschappij helemaal niet nodig om ideeën te hebben voor het verbeteren van de wereld. In tegendeel, mensen die macht hebben willen dat over het algemeen graag zo houden, dus als de wereld verbeterd moet worden, dan moet dat volgens hun idealen. Het volk mag daarin de door de machthebbers voorziene rol in vervullen, en hoeft daar dus vooral niet zelf ideeën over te hebben, tenzij die ideeën compatibel zijn met die van de machthebbers.

In werkelijkheid heeft het volk wel degelijk eigen ideeën en idealen, en niet te weinig ook. Er is een enorme keuze aan idealen en radicaal daar aan tegengestelde idealen waar wel groepjes mensen voor te vinden zijn die ervoor in actie willen komen. Wat dat betreft moet er dus ook voor mij ergens wel een plekje zijn, zou je zeggen. Maar dan moet ik dus wel een ideaal kiezen waar ik zodanig achter sta dat ik ook andere idealen durf te bestrijden, zelfs terwijl duidelijk is dat die andere idealen ook bedacht zijn door denkende mensen met goede bedoelingen. Wat nu als die anderen toch gelijk hebben?

Vandaar dat veel filosofisch ingestelde types zich liever bij het zuivere denken houden, en vooral niet de handen vuil willen maken aan handelen. Hoe mooi ze het ook weten te brengen, het is iets waar ik toch best een felle mening over blijk te hebben: Ik vind het laf. Dat wil zeggen dat ik het vooral laf van mezelf vind, want zelf kies ik er net zo goed door niet te kiezen voor om niets te doen. Ik wil dus weg uit het hoekje van laffe denkers die niet willen doen, maar ik vrees dat ik echt niet voldoende weet wat ik doe om me dan niet in hersenloze actie te storten. Of anders een beetje halfhartig bijdragen aan iets waarvan ik eigenlijk niet zo weet of ik het er wel mee eens ben. Dan kan ik me continu in verschillende richtingen schuldig voelen over de halfhartigheid, en incompetent en minderwaardig vanwege het niet-weten.

Ook hier lijkt mijn tegenstrijdig temperament mij dus behoorlijk parten te spelen. Hiermee wil ik dus ook zeggen dat ik vermoed dat de keuze van geloof en idealen in het algemeen veel te maken hebben met het karakter van de persoon die kiest. Het zou mij niets verbazen als de drang tot waarheidsvinding die veel filosofen en wetenschappers drijft, uiteindelijk voor een aanzienlijk deel gefundeerd is in angst. Zekere kennis geeft veiligheid. Niet veel anders is het met ethiek, in ieder geval volgens Nietzsche en ik kan hem daarin goed volgen. Waarom willen wij het Goede? Is dit niet voor een groot deel omdat we het Kwaad vrezen?

Maar de vraag is, devalueert dit perspectief de drang tot kennis, en terzijde ook de ethiek? Of heeft angst misschien toch meer “goeds” te bieden dan we over het algemeen willen toegeven?

*

fractal restless feelings

Natuurlijk wil ik niet stoppen bij de angst, al zit ik er nog zo diep in, want ja ook die andere kant van mijn temperament wil zijn deel hebben! Toch is het maar de vraag, of dat andere deel tot betere keuzes motiveert, als het weinig op heeft met ethiek en waarheidsvinding…

Het ideaal van mijn eigen functioneren kan ik zo doende toch bedenken: Angst zorgt voor alertheid, voorzichtigheid, en scherpe verdedigingsreacties waar iets van waarde verloren dreigt gaan. Maar dadendrang zorgt dat er ook daadwerkelijk actie van komt, dat ik het leven dat ik verdedig ook een invulling geef die de moeite waard is!

Voor mijn persoonlijke ideale samenwerking van driften zou de angst wel bereid moeten zijn om het beduidend rustiger aan te gaan doen. Om zijn ideale effect te bereiken is over het algemeen een zeer matige angst geschikt, terwijl slechts bij heel specifieke gelegenheden de angst zijn beste werk doet door in de hoogste versnelling te gaan. Een hoog oplopende angst die continu alleen de regie in het brein wil hebben, ondermijnt uiteindelijk zijn eigen doelmatigheid en doet het gevaar alleen maar toenemen.

Het is bijna alsof de angst op zijn eigen manier in het Gevaar gelooft alsof het God is. Belangrijker dan al het andere is je leven lang jezelf bewijzen tegenover het Gevaar. En als eenmaal de tijd gekomen is dat er niets meer aan te doen is, is het enige dat er nog blijft en dat je zelfs wenst, om door het Gevaar opgeslokt te worden…..

fractal revelation

Daarom wil ik niet dat de angst alleen regeert, en niet dat enige dogmatische tunnelvisie alleen regeert. Alle dogmatische tunnelvisies lijken mij diep van binnen door angst geregeerd te worden, vaak geassisteerd door andere driften, soms ook door een Idee. Dit geldt ook voor tunnelvisies die als ideaal hebben “alleen nog liefde en geen angst meer”, of anderszins een eenzijdige focus hebben op het “positieve”. Ook daar wil ik dus niet in geloven, waaruit ik kan concluderen dat ik zelf wel degelijk in iets anders geloof, al is het nog zo onduidelijk wat precies.

In alle onduidelijkheid is er dus wel iets duidelijk: Ik denk van alles, ik voel van alles, ik wil van alles, en ik merk zelfs dat ik in van alles geloof. Maar het is chaotisch in een ontwikkeling die zonder zelfs maar zekerheid over wat boven en beneden is, het hoogst haalbare, onbekende en mogelijk vooraf onkenbare doel wil bereiken. Misschien kan ik ooit nog iets moois en bijzonders uit deze chaos doen ontstaan, maar het is nog te vroeg en te angstig om daar echt in te kunnen geloven.-

fractal where dreams are born

Afbeeldingen: Fractals van Titia van Beugen, de vrouw die het leven gaf aan de schrijfster van dit blog en zelf haar leven verloor in februari 2010. Haar website “Credendo vides” (zie door te geloven!)  is nog online. Zeker de moeite waard om te bekijken! 

Zelfstigma of ziekte-inzicht?

Het zelfstigma wil niet dood.

Na mijn mooie uitspraken over het doden van zelfstigma (blog post over U-lab) werd het mij pas goed duidelijk hoe sterk mijn zelfstigma eigenlijk nog is. Het is waar, ik wilde het verslaan met moed omdat ik het beschouw als een vorm van angst. Maar de angst weet iedere keer weer hulp te krijgen van mijn verstand.

Ik wil het zelfstigma achter me laten, niet langer geloven dat ik mislukt ben als mens en niet te accepteren voor anderen, door een of andere hersenziekte die mij fundamenteel beperkt. Eigenlijk is het sowieso dwaas en zelfdestructief om daar ook maar iets van te geloven, aangezien het niet eens duidelijk is of er bij mij überhaupt sprake is van een echte hersenziekte en daaruit voortvloeiende fundamentele beperkingen.

Vandaar dat ik het allemaal van me af wilde schudden. Geen beperkingen meer zien waar ze niet zijn, en vol goede moed mijn mogelijkheden in het leven gaan verkennen. Dat was wat ik van plan was, toen ik schreef dat mijn zelfstigma dood moest.

Maar het wil niet lukken. Mijn grootste angst, volgens mij de kern van mijn hele psychologische problematiek, wil mij niet met rust laten. Dit is de angst waar het zelfstigma over spreekt: De angst voor mislukking als mens en voor sociale isolatie.

Deze angst krijgt dus steeds weer hulp van het verstand. Ik heb een hele catalogus aan psychiatrische symptomen in mijn hoofd, en het gebeurt schrikwekkend vaak dat mijn gedrag overeenkomst vertoont met iets dat daar in staat. Hoe kan ik er dan zeker van zijn dat hetgeen ik wil afdoen als mijn zelfstigma niet in werkelijkheid de drager van mijn ziekte-inzicht is?

Ziekte-inzicht.

Het is algemeen bekend dat ziekte-inzicht noodzakelijk is om zelfstandig te kunnen leven met een psychische aandoening. Wie zich niet van de eigen beperkingen bewust is, zal er steeds weer in blijven vastlopen. Bovendien zullen andere mensen het probleem beter kunnen zien dan de persoon zelf. Dit is een situatie die ik absoluut zou willen vermijden.

Ik ben me er wel degelijk bewust van dat ik in enig opzicht psychisch abnormaal ben, en dat deze abnormaliteit de neiging heeft om lijden en disfunctioneren te veroorzaken. Wat dat betreft zou ik dus moeten instemmen met het ziekte-begrip. Maar om echt te kunnen spreken van ziekte-inzicht is dit nog niet voldoende.

In DSM – ziektes zie ik echter niet zoveel als verklaringsmodel voor mijn problemen. Ik ben er ook niet echt mee geholpen. Ik kan mezelf helpen met mijn eigen inzichten, die ik kan aanvullen met inzichten van anderen. Inmiddels heb ik zelf een behoorlijk volledig verklaringsmodel opgebouwd vanuit psychologische eigenschappen, omstandigheden en gebeurtenissen in mijn leven, geheel buiten het concept van DSM-ziektes om. Er zijn wel DSM-ziektes die voldoende raakvlakken hebben voor mij om ze als diagnose te accepteren binnen het zorgstelsel. Maar dat is nog iets anders dan echt geloven dat die DSM-ziektes echt zijn “wat ik heb”.

Eigenlijk vind ik zelf dat ik hiermee voldoende zelfinzicht en zelfs ziekte-inzicht heb, en in principe klaar zou zijn om zelfstandig aan mezelf te werken en mijn leven vorm te geven.

MAAR. Ik krijg ook te maken met andere mensen, die echt niet allemaal zonder meer in mijn eigen verklaring van mezelf geloven. Andere mensen denken ook zelf, en zij kunnen gemakkelijk een in hun ogen volledig sluitende verklaring van mijn gedrag hebben van het soort dat hersenziektes en fundamentele beperkingen veronderstelt. Steeds als ik te maken krijg met zo’n “vijandelijk” verklaringsmodel of zelfs een persoon die erin lijkt te geloven, loop ik het risico teruggeworpen te worden op mijn zelfstigma. Dan heb ik opeens niet meer de moed om het te willen verslaan. Dan is het opeens niet meer het zelfstigma, maar juist het ziekte-inzicht dat ik niet onder ogen wil zien waarmee ik mezelf blokkeer in het leven.

Geloof en twijfel.

Afhankelijk van hoe ik me voel en wie ik tegenkom, heb ik andere overtuigingen over mezelf. Als ik me goed voel, geloof ik in mezelf. Als ik me slecht voel, loop ik veel risico in mijn zelfstigma te gaan geloven. Maar zodra dat gebeurt, blijf ik me veel langer en intenser slecht voelen, en dat niet alleen. Als ik in mijn zelfstigma blijf geloven, maakt mijn grote angst zichzelf waar: Het doet mij mislukken in het leven, voorkomt dat ik geaccepteerd kan worden door anderen en drijft mij tot sociale isolatie.

Ieder moment dat ik enigszins evenwichtig ben in gevoel en verstand, zie ik in dat het zelfstigma niet goed voor me is. Toch is er geen absolute zekerheid over mogelijke fundamentele beperkingen waar ik zelf geen inzicht in heb. De absolute zekerheid die ik zou willen, is onmogelijk te verkrijgen, maar daarin ben ik niet alleen. Andere mensen hebben ook geen absoluut inzicht in zichzelf of hun beperkingen.

Eigenlijk is er geen werkelijk verschil tussen mezelf en mensen die nooit een psychiatrische diagnose opgeplakt gekregen hebben. Alle problemen waar ik mee te maken krijg, zijn deel van de “menselijke conditie” en niet specifiek voor een ziekte. Dat ik de neiging heb om veel problemen intenser te ervaren dan “gezonde” mensen, doet daar niets aan af. Alleen als ik daarin geloof, kan ik mezelf helpen…Maar ik kan het twijfelen nog altijd niet laten!