Geen persona of geen persoonlijkheid?

Soms zou ik wensen dat ik helemaal geen persoonlijkheid nodig zou hebben. Ik wil gewoon een leven hebben, in plaats van steeds aan mezelf te moeten werken. Het duurt nu al zo oneindig lang dat ik dat probeer, en het lijkt ook niet eerlijk. Andere mensen zijn er ook lang niet altijd zo mee bezig om zichzelf steeds te moeten verbeteren, terwijl die toch ook niet allemaal zo’n enorm hoogstaand ontwikkelde persoonlijkheid lijken te hebben. Natuurlijk zijn daarin grote verschillen, maar ik meen toch dat er meer dan genoeg mensen rondlopen die zichzelf zelfs nog slechter voor elkaar hebben dan ik mezelf en het desondanks stukken beter naar hun zin hebben en/of in hoger aanzien staan. Dus waarom moet ik dan zo nodig maar blijven sleuren aan mijn persoonlijkheid die zich afwisselend als dood paard, paniekerig paard en opstandig paard gedraagt bij alles wat ik eraan zou willen verbeteren?

Natuurlijk omdat dat ik me nog steeds regelmatig met dermate schaamtevolle stumperigheid achter de vermeende feiten aan zie rennen dat ik nog veel liever hard zou weglopen. Het lijkt dan wel of ik echt helemaal NIETS goed kan doen. Bijna niets wat ik van mezelf zou kunnen laten zien lijkt aanvaardbaar voor mezelf en al helemaal niet om door een ander gezien te worden. Mochten er nog wat fragmentjes overblijven die ik wel vind kunnen, dan zijn dat er toch echt niet genoeg.

Het is wel de vraag wat het dan precies is waar ik zo schandalig op misgrijp in zulke panieksituaties. Voor een deel kan die narigheid veroorzaakt worden doordat ik tijdelijk niet in staat ben om mijn eigen goede en sterke kanten te zien, terwijl mijn fouten en tekortkomingen overmatig de aandacht opeisen. Dan zie ik mijn schaduw dus groter dan mijn persoonlijkheid, maar betekent dat ook dat er met mijn persoonlijkheid zelf iets mis is?

Vaak ben ik vooral ook erg bang voor wat de ander ziet. Ik ga er dan van uit dat dit zeer negatief is en bovendien dat het als het negatiever is dan wat ik oorspronkelijk zelf dacht over mezelf, het dus ook meer waar is dan wat ik zelf dacht. Eigenlijk is het dan meer mijn “persona” dan mijn persoonlijkheid die mijn wantrouwen in eerste instantie wekt. De betekenis van “persona” is ook wel masker. Het is dus iets eigenlijk oppervlakkigs dat je verkiest aan anderen te laten zien. In het normale sociale verkeer worden dergelijke maskers veel gebruikt, en het ontwikkelen van een geschikte persona voor voorkomende situaties kan wel gezien worden als onderdeel van normale persoonlijkheidsontwikkeling. Desondanks lijkt mij ook dat een echte, goed ontwikkelde persoonlijkheid zou maken dat je die oppervlakkige maskers niet meer nodig hebt, omdat je als compleet persoon in staat bent om in iedere situatie zowel authentiek te blijven, als ook voldoende aangepast te zijn aan de situatie en sociale context. Zowel in contact met je diepste innerlijke passies als ook in vruchtbare verbinding met de buitenwereld zou je optimaal in je kracht komen en creatief kunnen realiseren wat je aan mogelijkheden hebt in het leven…

Deze voorstelling maakt verder werken aan persoonlijkheidsontwikkeling dan toch wel weer aantrekkelijk. Het kan dan wel zo zijn dat veel anderen ook niet optimaal ontwikkeld zijn, maar dit is eigenlijk toch niet voldoende reden zijn om het zelf dan ook maar niet meer te proberen. Complexe emotionele conflicten en crisis schijnen zelfs te kunnen bijdragen aan diepgaande ontwikkelingen van persoonlijkheid, zodat mijn vermeend kansloze achterstand op de vermeende feiten misschien toch niet zo onoverkomelijk hoeft te zijn als het mij in de angst steeds voorkomt. Maar ga mij niet vertellen dat de angst altijd liegt, want dat zou in strijd zijn met het beetje persoonlijkheid dat ik tenminste al wel heb!

Wel zou ik me zowel in dit blog als overal anders ook wel graag eens van een totaal andere kant willen laten zien, en zonder steeds mijn schaduw voor mijn persoonlijkheid te schuiven bij gebrek aan persona. Ook zou ik mezelf wel helemaal willen kunnen overslaan en juist met al het andere bezig gaan, dat zo veel verrijkender is of lijkt, maar dan lijkt de keuze die ik zou kunnen maken uit en de manieren waarop ik zou kunnen omgaan met “al het andere” toch weer al te griezelig naar mij zelf terug te verwijzen. Bij leven de eigen persoonlijkheid vermijden is kortom een onmogelijke opgave, maar ik vind het nog altijd erg lastig wat ik er dan wel mee moet.  Voor de rest gaat het trouwens wel prima, hoor (echt waar!).

*

(Afbeelding: Een werk van Titia van Beugen)

Leven met exposure in soorten en maten.

Exposure bij angststoornissen.

In de behandeling van angststoornissen is “exposure”, het aangaan van de angst, meestal een belangrijk onderdeel. Ik heb zelfs wel eens de neiging gehad om dit te interpreteren als: hoe meer exposure hoe beter. Het leven begon toch buiten je comfortzone!

Weliswaar had ik al lang geen comfortzone meer, of althans, daar had ik verboden gebied van gemaakt, aangezien ik eindelijk eens moest en zou beginnen met leven!

20150718_220549~2

Vaak werd ik vooral enorm gestresst en gefrustreerd door deze pogingen tot exposure. Het voelde dan echt helemaal niet goed, en ik ging nog raar doen ook waardoor ik mijn angsten alleen maar verder bevestigde. Maar net vaak genoeg om het niet op te geven, werkte het dan toch wel. Dan had ik eindelijk eens toegang tot het leven! Altijd te kort weliswaar, maar toch: Leven! Daar deed ik het voor!

Bovendien, hoewel het in angstige situaties vaak voelde alsof het niet zo was, leerde ik er uiteindelijk ook van. Nu constateer ik vaak met groot genoegen dat een situatie die me enige tijd geleden redeloos en radeloos maakte, me moeiteloos af ging alsof ik er in mijn hele leven nog nooit een probleem mee gehad zou hebben!

Weliswaar komt het ook steeds weer voor dat het opeens toch weer wel een probleem is, maar dan heb ik toch al steun van het weten dat ik het eigenlijk wel degelijk kan.

Toch lijkt me achteraf bezien, de mentaliteit waarmee ik het aanging niet altijd even gezond. Ik heb de indruk dat ik door mezelf zo lang aan één stuk door aan stress bloot te stellen, mijn innerlijke stressregulatiesysteem nog verder ontregeld heb. Voor mijn gevoel heb ik mezelf daarbij ook nog eens zo goed als onmogelijk gemaakt bij een veel te groot aantal mensen, door in een redeloze vecht-vlucht-of-bevries modus het “contact” met hen aan te willen gaan…

Wel heb ik nog de hoop dat ik in ieder geval het belangrijkste deel van de daarbij opgelopen schade nog kan goedmaken, zodat ik alles bij elkaar er toch iets mee gewonnen heb.

Exposure in “risk assessment.”

In mijn studie ging het ook over exposure, 4 weken lang aan één stuk door. Het bepalen van de exposure is een van de essentiële onderdelen van de manier waarop risico’s vanuit de wetenschap ingeschat worden. Ik zal mijn lezers niet vervelen met de definities van exposure die in mijn vakgebied gehanteerd worden, maar meestal komt het toch neer op het in aanraking komen met schadelijke stoffen. Exposure is dan hetgene dat van een potentieel gevaarlijke stof pas een daadwerkelijk schadelijke stof maakt. Het is dus iets dat we over het algemeen willen vermijden.

Wel zijn er ook exposures die een gunstig effect kunnen hebben, en waarbij afwezigheid van exposure zelfs schadelijk kan zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor water, vitamines, en lichamelijke inspanning. Toch is het ook bij al deze dingen zo, dat een té hoge exposure ook weer schadelijk is. Als we het effect van zulke stoffen in een grafiek weergeven, krijgt dat een U-vorm. Tenminste in de toxicologie, waar negatieve effecten gemeten worden. Je zou de U ook kunnen omkeren natuurlijk, als je vooral van het positieve wilt uitgaan, maar dat doen we niet 😉

u-shaped-dose-response

Exposure aan fouten.

Zoals ik een beetje liet blijken uit mijn vorige blog, kreeg ik in mijn studie al snel te maken met een overmatige exposure aan het moeten maken van fouten. Dat is niet voor het eerst. Het lijkt erop dat ik nogal gevoelig ben voor fouten die ik maak.

Op zich is dat niet per se een ziekelijke afwijking. Het heeft zelfs het voordeel dat ik in principe minder en kleinere fouten hoef te maken om iets goed te kunnen leren. Bovendien zal ik sterk intrinsiek gemotiveerd blijven om fouten te vermijden, zodat ik in principe nauwelijks externe druk nodig heb om scherp te blijven.

Exposure aan fouten is ook wel te beschouwen als iets dat een u-vormige dosis-respons relatie heeft. Ook ik kan tot niks komen als ik fouten helemaal zou willen vermijden. Tegelijk zal ik ervoor moeten zorgen dat ik me niet laat vergiftigen door die overdosis, die al kan optreden terwijl er voor anderen nog niets aan de hand is. Daarbij moet ik enerzijds voorkomen dat dit ontaard in het nog verder versterken van mijn toch al veel te storende faalangst, en anderzijds dat het geen meedogenloze ophoping van overdoseringen wordt, die het ook alleen maar erger maakt.

Totale exposure.

Exposure blijkt nu echt overal te zijn. De dagelijkse spits van en naar Utrecht geeft mij bijvoorbeeld verhoogde exposure aan allerlei schadelijke stoffen die we in verband brengen met gezondheidsrisico’s. En stress. En reclame-auto’s waarvan ik kan aflezen dat reclame maken ook exposure is. Maar dat wist ik eigelijk al.

Als ik aan het koken ben produceer ik exposure, en bij het schoonmaken, terwijl je door te weinig schoon te maken uiteindelijk ook je exposure verhoogt. Enzovoorts, ik geloof niet dat er nog een einde zou komen aan een opsomming van exposures. Zo lang er leven is, is er exposure zal ik maar zeggen.

Ik heb dus een fantastische studie gekozen om mijn neuroticisme mee te cultiveren. Gelukkig is cultiveren toch heel iets anders dan oncontroleerbaar laten voortwoekeren. Dat zou gemakkelijk schadelijker kunnen worden dan alle risicoverhogende exposures bij elkaar!

Het zo goed mogelijk omgaan met alle exposures is dus niet alleen een wetenschap maar ook een kunst. Ik ben dus ijverig aan het oefenen, en bij de kunst hoort ook: Leven met al die exposures en met het verstandig vermijden ervan. Ondanks alles en dankzij alles, leven! Daar doe ik het voor!

overwinning op het rampjaar 2012

Leren (met) fouten maken, een probleem op zichzelf.

In mijn laatste blog schreef ik dat ik nieuwe dingen zou gaan leren door aan een masterstudie te beginnen. Ik voorzag daarbij ook de nodige problemen. Nu is het dan echt gaande. Zowel het leren als de problemen, toch nog intenser dan het van tevoren voor te stellen was.

Echt nieuwe dingen leren vind ik vooral leuk. Het grote probleem zit hem vooral in oude lessen, die ik niet goed genoeg geleerd heb. Daarbij is het meest basale waarschijnlijk het allerergste: Ik vind het nog altijd een grote ellende om met vallen en opstaan, door fouten, te moeten leren.

Het hele onderwijssysteem is daar echter wel op ingericht. Men denkt dat mensen van nature op die manier leren, zelfs bij intellectuele vaardigheden waarvan al precies bekend is hoe het moet.

Bij het leren van nieuwe motorische vaardigheden probeer ik mijn foutmarge altijd heel klein te houden, omdat ik voorzie dat bij te grote fouten serieuze ongelukken kunnen gebeuren. Vaak is dat zelfs echt waar, alleen gebeurt het in de praktijk naar verhouding tot het aantal pogingen dat mensen doen, niet zo vaak.

Bij intellectuele vaardigheden gebeuren niet direct ongelukken door fouten die je maakt tijdens het leren. Desondanks maak ik ook daarbij niet graag fouten. Volgens mij is fouten maken dan namelijk helemaal niet nodig. Het hele idee van dat iets “fout” is, lijkt me sowieso dat het iets is dat je wilt vermijden!

Het leren van vaardigheden die een theoretische basis hebben, werkt wat mij betreft zo: Iemand legt de theorie uit, en als dat goed gebeurd is, begrijp ik het. Als ik bovendien eventuele formules of regels die van toepassing zijn op het bewuste intellectuele gebied voldoende paraat heb, en voldoende geconcentreerd kan blijven, kan ik binnen het hele gebied waarop de uitleg die ik begrepen heb van toepassing is, foutloos werk leveren. Door te oefenen kan ik daar steeds sneller en handiger in worden, en zal het op den duur zelfstandig gaan toepassen buiten het gebied waar de uitleg over ging. Niet eerder dan op dit gevorderde niveau van zelfstandige creatieve uitbreiding, zijn fouten iets wat er noodzakelijk bij hoort. Als ik eenmaal op dat niveau bezig ben, vind ik het dan ook veel minder erg.

Maar inmiddels heb ik toch al door schade en schande moeten leren, dat het nastreven van een foutloos basisleerproces een nogal zelfdestructieve fout op zichzelf is geworden. Het blijkt hoe langer hoe minder realiseerbaar, en steeds problematischer in mijn leven.

Niet alleen zijn er schrikwekkende gaten in mijn basiskennis gevallen, zodat ik daar al lang niet meer op mijn manier op kan bouwen, terwijl het bovendien onbegonnen werk lijkt om het allemaal te gaan herstellen. Het is simpelweg niet hoe de meeste mensen onderwijs geven. Liever geven ze je wat losse flodders aan op zichzelf al bedenkelijk ogende basiskennis. Daarbij is direct inzichtelijk dat het nog niet het halve verhaal is, dat het geen aanknopingspunten geeft om complicaties op te lossen en bovendien meestal in tegenspraak is met zaken die je eerder geleerd hebt. Maar je zult het ermee moeten doen. Je wordt in het “diepe” gegooid, en mag daar van je fouten gaan leren. Je begripsvermogen legt zich in een onmogelijke knoop maar je hebt het ook niet nodig; begrijpen komt wel als je eenmaal een tijdje bezig bent, zo is de bedoeling.

 

Dan heb ik geen kennis van de tegenstander, de vluchtwegen zijn onduidelijk en bovendien geblokkeerd, en ik moet maar zien hoe ik dat overleef. Het schijnt dat ik iets met risico-inschattingen moet gaan doen. Met cijfers ook nog, en een vage notie waar ze vandaan komen en wat ze betekenen, die echter onmiddellijk verloren gaat zodra je de computer er iets mee laat doen. Mijn medestudenten lijken er ook niets van te begrijpen, maar gaan stoïcijns verder. Onbegrip en fouten maken lijkt ze niet te kunnen raken. Het is immers geen tentamen.

Het is onze basis om te leren hoe je risico-inschattingen maakt. Het lijkt me dat je maar beter goed kunt weten waar je risico-inschattingen op gebaseerd zijn, en hoe je kunt voorkomen dat je er fouten mee maakt.

Anders kom je later nog eens ijskoud met een foute risico-inschatting op de proppen, die gebaseerd is op cijfers die je zelf niet begrijpt. Maar het zijn cijfers en je hebt een wetenschappelijke methode gebruikt. Dus de richtlijnen gaan daar op gebaseerd worden. Je collega’s snappen er namelijk even weinig van, aangezien die op dezelfde manier geleerd hebben om fouten te blijven maken.

(Idiocracy rising!!!)

Je hebt een foute richtlijn geproduceerd die nergens op slaat omdat je zelf niet snapt wat je gedaan hebt, en mensen maken zich leven en werken zo goed als onmogelijk om een risico te vermijden dat helemaal niet echt bestaat behalve in jouw onzinnige berekening.

Of misschien heeft je onzinnige berekening geconcludeerd dat er geen risico is, zodat mensen die erop dachten te kunnen vertrouwen, argeloos dood gaan aan gruwelijke ziektes.

Op den duur leren mensen wel van hun fouten, en begrijpen dat ze in de praktijk niets hebben aan de schijnzekerheden die alle zonder begrip met getallen goochelende “experts” zoal produceren. Men houdt zich dus steeds minder aan de richtlijnen en er zijn regelmatig incidenten die prima voorkomen hadden kunnen worden. Vanwege de ziektes en incidenten worden de richtlijnen nog met een factor 10 aangescherpt, of weet je wat, met een factor 100.

Nu zijn de richtlijnen zo onwerkbaar geworden dat zeker niemand zich er nog aan houdt!

Natuurlijk gaat het aan alle kanten fout, maar dat is altijd de schuld van de betreffende persoon zelf; Zodra er iets fout gaat wordt de richtlijn waar niemand zich aan houdt van stal gehaald om de overtreder als schuldige aan te wijzen. Zo is de bevolking in de greep van ziekte en onrecht, en jij hoort bij de ware schuldigen!

Het is één van mijn “rampscenario’s” die mij storen bij het studeren, mogelijk wat dramatisch aangezet maar veel te realistisch ogend…

Maar ik ben aan het leren, en dat schijn ik te moeten doen door fouten te maken en door eerst te doen en daarna pas te begrijpen. Op zijn minst dàt probeer ik al te doen terwijl ik niet begrijp waarom het nu werkelijk nodig zou zijn. Behalve dan om de leerweg te kunnen blijven volgen die ik ingeslagen ben, de route die de anderen ook volgen…

Geloven, Idealen en Angst. Chaos in ontwikkeling.

fractal feelings 10

In de angstige benauwenis van mijn eigen bekrompen problematiek blijken behoorlijk grote thema’s rond te zweven. Zoals geloven en idealen.

Zowel in het grote als in het kleine heb ik vaak moeite om ergens in te geloven, en dat met goede bedoelingen. Namelijk omdat ik geloof dat het niet goed is om dogma’s aan te hangen die waarheidsvinding verhinderen. Ik geloof dus wel degelijk ergens in, maar waar in eigenlijk?

Mijn “geloof” lijkt niet coherent genoeg te zijn om er iets mee te kunnen, en ik vermoed dat het erg handig zou kunnen zijn om dat te veranderen. Dan zou ik misschien niet meer zo’n karikaturaal neurotische twijfelaar hoeven zijn, en eindelijk eens iets kunnen bereiken in het leven.

Als ik volgens de reguliere systematiek zou moeten aangeven wat mijn geloof is, dan ben ik “agnostisch”, wat heel typerend zegt dat ik geloof dat ik het niet weet. Daarbij heb ik wel gemerkt dat waarheidsvinding hoog op mijn ethische agenda staat, en dat ik vind dat mijn leven zinloos is als ik geen verbinding maak met anderen en als ik niets creëer dat boven mijn persoon uit komt. Verder hecht ik grote waarde aan zelfontwikkeling en aan intense, afwisselende sensaties in het leven. Ook voel ik me diep van binnen tot ver boven mijn macht betrokken bij het lot van mensheid en wereld. Van daar uit ervaar ik een drang tegen beter weten in om de wereld te verbeteren, en op dit gebied wordt het meest indringend duidelijk dat ik het niet weet: Ik weet niet wat de wereld echt nodig heeft om te verbeteren. Al is het alleen al omdat ik zowel het individu als het grote geheel in eer zou willen houden, zodat iedere keuze voor concessie van het een aan de ander in mijn voorstelling van de ideale wereld zich in mijn geweten toont als een misdaad.

In principe zou het geen probleem mogen zijn om niet te weten hoe de Ideale Wereld er uit zou zien, aangezien het sowieso ver boven de macht van een individu ligt om dit ideaal zonder hulp te kunnen bereiken. Bovendien is het voor het persoonlijk functioneren in de maatschappij helemaal niet nodig om ideeën te hebben voor het verbeteren van de wereld. In tegendeel, mensen die macht hebben willen dat over het algemeen graag zo houden, dus als de wereld verbeterd moet worden, dan moet dat volgens hun idealen. Het volk mag daarin de door de machthebbers voorziene rol in vervullen, en hoeft daar dus vooral niet zelf ideeën over te hebben, tenzij die ideeën compatibel zijn met die van de machthebbers.

In werkelijkheid heeft het volk wel degelijk eigen ideeën en idealen, en niet te weinig ook. Er is een enorme keuze aan idealen en radicaal daar aan tegengestelde idealen waar wel groepjes mensen voor te vinden zijn die ervoor in actie willen komen. Wat dat betreft moet er dus ook voor mij ergens wel een plekje zijn, zou je zeggen. Maar dan moet ik dus wel een ideaal kiezen waar ik zodanig achter sta dat ik ook andere idealen durf te bestrijden, zelfs terwijl duidelijk is dat die andere idealen ook bedacht zijn door denkende mensen met goede bedoelingen. Wat nu als die anderen toch gelijk hebben?

Vandaar dat veel filosofisch ingestelde types zich liever bij het zuivere denken houden, en vooral niet de handen vuil willen maken aan handelen. Hoe mooi ze het ook weten te brengen, het is iets waar ik toch best een felle mening over blijk te hebben: Ik vind het laf. Dat wil zeggen dat ik het vooral laf van mezelf vind, want zelf kies ik er net zo goed door niet te kiezen voor om niets te doen. Ik wil dus weg uit het hoekje van laffe denkers die niet willen doen, maar ik vrees dat ik echt niet voldoende weet wat ik doe om me dan niet in hersenloze actie te storten. Of anders een beetje halfhartig bijdragen aan iets waarvan ik eigenlijk niet zo weet of ik het er wel mee eens ben. Dan kan ik me continu in verschillende richtingen schuldig voelen over de halfhartigheid, en incompetent en minderwaardig vanwege het niet-weten.

Ook hier lijkt mijn tegenstrijdig temperament mij dus behoorlijk parten te spelen. Hiermee wil ik dus ook zeggen dat ik vermoed dat de keuze van geloof en idealen in het algemeen veel te maken hebben met het karakter van de persoon die kiest. Het zou mij niets verbazen als de drang tot waarheidsvinding die veel filosofen en wetenschappers drijft, uiteindelijk voor een aanzienlijk deel gefundeerd is in angst. Zekere kennis geeft veiligheid. Niet veel anders is het met ethiek, in ieder geval volgens Nietzsche en ik kan hem daarin goed volgen. Waarom willen wij het Goede? Is dit niet voor een groot deel omdat we het Kwaad vrezen?

Maar de vraag is, devalueert dit perspectief de drang tot kennis, en terzijde ook de ethiek? Of heeft angst misschien toch meer “goeds” te bieden dan we over het algemeen willen toegeven?

*

fractal restless feelings

Natuurlijk wil ik niet stoppen bij de angst, al zit ik er nog zo diep in, want ja ook die andere kant van mijn temperament wil zijn deel hebben! Toch is het maar de vraag, of dat andere deel tot betere keuzes motiveert, als het weinig op heeft met ethiek en waarheidsvinding…

Het ideaal van mijn eigen functioneren kan ik zo doende toch bedenken: Angst zorgt voor alertheid, voorzichtigheid, en scherpe verdedigingsreacties waar iets van waarde verloren dreigt gaan. Maar dadendrang zorgt dat er ook daadwerkelijk actie van komt, dat ik het leven dat ik verdedig ook een invulling geef die de moeite waard is!

Voor mijn persoonlijke ideale samenwerking van driften zou de angst wel bereid moeten zijn om het beduidend rustiger aan te gaan doen. Om zijn ideale effect te bereiken is over het algemeen een zeer matige angst geschikt, terwijl slechts bij heel specifieke gelegenheden de angst zijn beste werk doet door in de hoogste versnelling te gaan. Een hoog oplopende angst die continu alleen de regie in het brein wil hebben, ondermijnt uiteindelijk zijn eigen doelmatigheid en doet het gevaar alleen maar toenemen.

Het is bijna alsof de angst op zijn eigen manier in het Gevaar gelooft alsof het God is. Belangrijker dan al het andere is je leven lang jezelf bewijzen tegenover het Gevaar. En als eenmaal de tijd gekomen is dat er niets meer aan te doen is, is het enige dat er nog blijft en dat je zelfs wenst, om door het Gevaar opgeslokt te worden…..

fractal revelation

Daarom wil ik niet dat de angst alleen regeert, en niet dat enige dogmatische tunnelvisie alleen regeert. Alle dogmatische tunnelvisies lijken mij diep van binnen door angst geregeerd te worden, vaak geassisteerd door andere driften, soms ook door een Idee. Dit geldt ook voor tunnelvisies die als ideaal hebben “alleen nog liefde en geen angst meer”, of anderszins een eenzijdige focus hebben op het “positieve”. Ook daar wil ik dus niet in geloven, waaruit ik kan concluderen dat ik zelf wel degelijk in iets anders geloof, al is het nog zo onduidelijk wat precies.

In alle onduidelijkheid is er dus wel iets duidelijk: Ik denk van alles, ik voel van alles, ik wil van alles, en ik merk zelfs dat ik in van alles geloof. Maar het is chaotisch in een ontwikkeling die zonder zelfs maar zekerheid over wat boven en beneden is, het hoogst haalbare, onbekende en mogelijk vooraf onkenbare doel wil bereiken. Misschien kan ik ooit nog iets moois en bijzonders uit deze chaos doen ontstaan, maar het is nog te vroeg en te angstig om daar echt in te kunnen geloven.-

fractal where dreams are born

Afbeeldingen: Fractals van Titia van Beugen, de vrouw die het leven gaf aan de schrijfster van dit blog en zelf haar leven verloor in februari 2010. Haar website “Credendo vides” (zie door te geloven!)  is nog online. Zeker de moeite waard om te bekijken! 

Stemmingsafhankelijke waarheden en levensgrote keuzeproblemen.

Vorige week beschreef ik hoe het in een slechte stemming nog enigszins bevrijdend werkte om te bedenken dat mijn perspectief op de waarheid stemmingsafhankelijk is. Eigenlijk bij alle negatieve emoties kan het besef dat mijn gedachten voor een groot deel ingegeven worden door de emotie en dus lang niet zulke absolute waarheden zijn als ze wel lijken, helpen voorkomen dat het escaleert. Toch is het bestaan van stemmingsafhankelijke waarheden tegelijk onderdeel van een levensgroot, zichzelf versterkend, escalatie aanjagend probleem.

Hoewel ik negatieve denkbeelden dus wel kan relativeren, zijn ze daarmee nog niet verdwenen of zelfs maar ontkracht. De enige waarheid waarop ik mijn gedrag in een situatie kan afstemmen, is vaak nog altijd de emotionele waarheid van dat moment. De slappe aftreksels van wat redelijkere waarheden die ik in mijn hoofd heb op dat soort momenten, zijn zelden overtuigend genoeg om ernaar te kunnen handelen. Ik heb de indruk dat dit probleem mijn functioneren nog altijd vrij ernstig verstoort, al is de mate en intensiteit waarin het optreedt over het algemeen gelukkig wel een stuk minder geworden sinds de crisis.

Maar behalve de problemen die ik ondervind in situaties die disfunctionele emoties en bijpassende denkbeelden oproepen, is er het misschien nog wel grotere probleem: Heb ik eigenlijk wel enige betrouwbare basis voor levenskeuzes? En zo ja, zal ik ook in staat zijn om deze basis inderdaad voldoende te vertrouwen om er consistent genoeg naar te handelen om ook daadwerkelijk belangrijke doelen te bereiken?

Droog en analytisch bekeken is dit het probleem met keuzes in relatie tot mijn stemmingsafhankelijk perspectief op de waarheid:

Als ik vandaag in stemming X een beslissing neem op grond van wat ik nu denk dat waar is, is de kans groot dat ik morgen of overmorgen in stemming A van mening ben dat ik mijn beslissing op de grootst mogelijke onzin gebaseerd heb. Dat kan weer een reden worden om een slecht gevoel te krijgen. Bovendien zal ik mijn beslissing willen herzien als ik de kans krijg, en mezelf inwrijven dat ik bij een dergelijke beslissing de volgende keer meer rekening moet houden met de waarheid van stemming A. Echter, zodra ik weer in stemming X ben, vind ik dat ik in stemming A veel meer begrip zou moeten hebben voor stemming X, en maak weer een soortgelijke keuze.

Dit is dan nog een sterk vereenvoudigde weergave, want in werkelijkheid gaat de afwisseling over veel meer verschillende stemmingen en situaties, waarvan er geen exact gelijk is aan een andere. Daarom zal het niet per se werken om maatregelen te willen treffen door een exacte analyse te maken van eigenschappen van iedere stemming inclusief bijbehorende overtuigingen, en een plan op te stellen voor hoe daar op te reageren. Bovendien weet ik niet eens echt in welke stemming mijn overtuigingen het dichtste bij de waarheid komen zodat ik mijn plannen daar op kan baseren.

Toch lijkt het wel noodzakelijk om zoiets als een plan te hebben, omdat ik anders helemaal geen houvast heb en volledig afhankelijk ben van mijn competentie om goed te reageren in alle verschillende situaties en emotionele toestanden. Het ontwikkelen van een dergelijke competentie is wel iets dat me enorm aantrekt, alleen heb ik geen flauw idee hoe ik het aan moet pakken. Tenminste, ik kan wel een idee bedenken, maar voor dergelijke ideeën geldt hetzelfde als voor iedere doelstelling. Het gaat alleen goed zo lang het goed voelt, en anders heb ik een bijzonder sterke motivatie nodig om het vol te houden. Een motivatie die niet gemakkelijk op te brengen is na alle desillusies die ik beleefd heb.

Daarom wil ik een doelstelling kiezen die mij die motivatie kan geven, die echt goed voor mij is, waarmee ik verder kom in het leven, mijn talenten zowel optimaal kan ontwikkelen als ook optimaal inzetten voor iets van verbetering in de wereld, en waar ik in kan geloven. Niet zomaar een naïeve droom dus. Maar ook niet iets dat ver beneden mijn kunnen is.

Dit soort keuzes blijken voor veel mensen een probleem te zijn in deze tijd, waarin de materiële behoeftes voor velen dusdanig solide gedekt zijn dat het vervullen van hogere menselijke behoeftes een dringende plicht wordt, die in principe op ieder individu zelf neerkomt, en waarvoor een haast oneindig aantal keuzemogelijkheden bestaat.

Echter voor mij komen er nog een aantal problemen bovenop in meerdere laagjes. Mijn psychiatrisch verleden waarin zowel bij mij als in de maatschappij het idee gezaaid is dat er iets mis zou kunnen zijn met mijn brein, het niet echt kunnen weten wat daarvan waar is. De emotionele problemen waar ik in ieder geval mee te maken heb, het niet echt weten of daar iets aan te doen is, en hoe ik er rekening mee kan houden zonder er extra angst voor op te roepen. Het al vooraf menen te weten dat ik bij tegenslag niet achter mijn eigen keuzes zal kunnen blijven staan. Het nauwelijks nog ergens in kunnen geloven.

Het lijkt mij nu dat ik iets van een vast geloof nodig heb om voor hetzelfde doel te kunnen blijven gaan in alle verschillende emotionele en sociale situaties. De grote ongrijpbare Waarheid is daar niet geschikt voor omdat ik die niet kan overzien en niet op handzame wijze kan vastgrijpen. Toch wil ik ergens zeker kunnen weten dat het geloof dat ik kies in de Waarheid gefundeerd is, zodanig dat het ook een goed geloof is. Ik zou willen dat ik iets kon funderen in zekere kennis. Ik verlang naar een handzame tunnelvisie waarmee ik het leven bij de kladden kan pakken in de overtuiging dat het goed is zo. Maar dan zonder tunnelvisie.

 

Zelfstigma of ziekte-inzicht?

Het zelfstigma wil niet dood.

Na mijn mooie uitspraken over het doden van zelfstigma (blog post over U-lab) werd het mij pas goed duidelijk hoe sterk mijn zelfstigma eigenlijk nog is. Het is waar, ik wilde het verslaan met moed omdat ik het beschouw als een vorm van angst. Maar de angst weet iedere keer weer hulp te krijgen van mijn verstand.

Ik wil het zelfstigma achter me laten, niet langer geloven dat ik mislukt ben als mens en niet te accepteren voor anderen, door een of andere hersenziekte die mij fundamenteel beperkt. Eigenlijk is het sowieso dwaas en zelfdestructief om daar ook maar iets van te geloven, aangezien het niet eens duidelijk is of er bij mij überhaupt sprake is van een echte hersenziekte en daaruit voortvloeiende fundamentele beperkingen.

Vandaar dat ik het allemaal van me af wilde schudden. Geen beperkingen meer zien waar ze niet zijn, en vol goede moed mijn mogelijkheden in het leven gaan verkennen. Dat was wat ik van plan was, toen ik schreef dat mijn zelfstigma dood moest.

Maar het wil niet lukken. Mijn grootste angst, volgens mij de kern van mijn hele psychologische problematiek, wil mij niet met rust laten. Dit is de angst waar het zelfstigma over spreekt: De angst voor mislukking als mens en voor sociale isolatie.

Deze angst krijgt dus steeds weer hulp van het verstand. Ik heb een hele catalogus aan psychiatrische symptomen in mijn hoofd, en het gebeurt schrikwekkend vaak dat mijn gedrag overeenkomst vertoont met iets dat daar in staat. Hoe kan ik er dan zeker van zijn dat hetgeen ik wil afdoen als mijn zelfstigma niet in werkelijkheid de drager van mijn ziekte-inzicht is?

Ziekte-inzicht.

Het is algemeen bekend dat ziekte-inzicht noodzakelijk is om zelfstandig te kunnen leven met een psychische aandoening. Wie zich niet van de eigen beperkingen bewust is, zal er steeds weer in blijven vastlopen. Bovendien zullen andere mensen het probleem beter kunnen zien dan de persoon zelf. Dit is een situatie die ik absoluut zou willen vermijden.

Ik ben me er wel degelijk bewust van dat ik in enig opzicht psychisch abnormaal ben, en dat deze abnormaliteit de neiging heeft om lijden en disfunctioneren te veroorzaken. Wat dat betreft zou ik dus moeten instemmen met het ziekte-begrip. Maar om echt te kunnen spreken van ziekte-inzicht is dit nog niet voldoende.

In DSM – ziektes zie ik echter niet zoveel als verklaringsmodel voor mijn problemen. Ik ben er ook niet echt mee geholpen. Ik kan mezelf helpen met mijn eigen inzichten, die ik kan aanvullen met inzichten van anderen. Inmiddels heb ik zelf een behoorlijk volledig verklaringsmodel opgebouwd vanuit psychologische eigenschappen, omstandigheden en gebeurtenissen in mijn leven, geheel buiten het concept van DSM-ziektes om. Er zijn wel DSM-ziektes die voldoende raakvlakken hebben voor mij om ze als diagnose te accepteren binnen het zorgstelsel. Maar dat is nog iets anders dan echt geloven dat die DSM-ziektes echt zijn “wat ik heb”.

Eigenlijk vind ik zelf dat ik hiermee voldoende zelfinzicht en zelfs ziekte-inzicht heb, en in principe klaar zou zijn om zelfstandig aan mezelf te werken en mijn leven vorm te geven.

MAAR. Ik krijg ook te maken met andere mensen, die echt niet allemaal zonder meer in mijn eigen verklaring van mezelf geloven. Andere mensen denken ook zelf, en zij kunnen gemakkelijk een in hun ogen volledig sluitende verklaring van mijn gedrag hebben van het soort dat hersenziektes en fundamentele beperkingen veronderstelt. Steeds als ik te maken krijg met zo’n “vijandelijk” verklaringsmodel of zelfs een persoon die erin lijkt te geloven, loop ik het risico teruggeworpen te worden op mijn zelfstigma. Dan heb ik opeens niet meer de moed om het te willen verslaan. Dan is het opeens niet meer het zelfstigma, maar juist het ziekte-inzicht dat ik niet onder ogen wil zien waarmee ik mezelf blokkeer in het leven.

Geloof en twijfel.

Afhankelijk van hoe ik me voel en wie ik tegenkom, heb ik andere overtuigingen over mezelf. Als ik me goed voel, geloof ik in mezelf. Als ik me slecht voel, loop ik veel risico in mijn zelfstigma te gaan geloven. Maar zodra dat gebeurt, blijf ik me veel langer en intenser slecht voelen, en dat niet alleen. Als ik in mijn zelfstigma blijf geloven, maakt mijn grote angst zichzelf waar: Het doet mij mislukken in het leven, voorkomt dat ik geaccepteerd kan worden door anderen en drijft mij tot sociale isolatie.

Ieder moment dat ik enigszins evenwichtig ben in gevoel en verstand, zie ik in dat het zelfstigma niet goed voor me is. Toch is er geen absolute zekerheid over mogelijke fundamentele beperkingen waar ik zelf geen inzicht in heb. De absolute zekerheid die ik zou willen, is onmogelijk te verkrijgen, maar daarin ben ik niet alleen. Andere mensen hebben ook geen absoluut inzicht in zichzelf of hun beperkingen.

Eigenlijk is er geen werkelijk verschil tussen mezelf en mensen die nooit een psychiatrische diagnose opgeplakt gekregen hebben. Alle problemen waar ik mee te maken krijg, zijn deel van de “menselijke conditie” en niet specifiek voor een ziekte. Dat ik de neiging heb om veel problemen intenser te ervaren dan “gezonde” mensen, doet daar niets aan af. Alleen als ik daarin geloof, kan ik mezelf helpen…Maar ik kan het twijfelen nog altijd niet laten!

Licht buiten de tunnelvisie!

Poging tot rationele visie op een irrationele visie.

Meestal als ik echt verstrikt raak in mijn angsten, is daar ook wel een bepaald type denkbeeld bij betrokken. Over mijn blog kan ik bijvoorbeeld denken: “Dat stuk was sociale zelfmoord. Ik verwar durf met stommiteit en heb geen enkel gevoel meer voor wat wel en niet kan. Nu ziet iedereen me als een kansloze gek. En dat ben ik ook. Ik ben verloren…”

Om beter met dergelijke denkbeelden overweg te kunnen, is het voor mij belangrijk ze te bestuderen, in plaats van er midden in te blijven zitten (erin geloven) of ermee in de clinch te gaan (bestrijden als zieke irrationele gedachte). Negeren werkt in ieder geval ook niet, maar op de een of andere manier moet ik er wel enige afstand van kunnen nemen. Zodra dat lukt, kan ik gaan proberen om een evenwichtigere visie te ontwikkelen op het geheel.

Volgens mij is de ‘ratio’ heel erg betrokken bij het ontstaan van dergelijke denkbeelden, maar als een soort slaaf van mijn angsten. Bij het construeren van het denkbeeld verzamelt de angst-ratio snel en efficiënt uitsluitend gegevens die de indruk van gevaar kunnen versterken. Waarnemingen die geruststellend of relativerend zouden kunnen werken, worden verworpen als ongeloofwaardig. Vervolgens maakt de angst-ratio extreme extrapolaties richting de maximaal mogelijke ramp in het geval dat de meest absurde dingen die ik ooit in mijn leven gezien heb, maatgevend zijn.

InspirationalQuotes.Club-light-tunnel-illusion-inspirational-life-unknown

De angst werkt dus het redeneren met een tunnelvisie in de hand. Op het hele emotionele drama eromheen na, lijkt het eigenlijk nog best rationeel. Er worden echte waarnemingen gebruikt, en de logica wordt nog best gerespecteerd. Het enige dat echt niet deugt is het uitgangspunt dat de door de angst gecreëerde tunnel de begrenzing van de werkelijkheid is.

De tunnelvisie is zeker niet uniek voor de pathologische angstdenkbeelden van mij als psychiatrisch geval. Het is een wijd verbreide manier van denken die overal gehanteerd wordt, tot artsen, wetenschappers en rechters aan toe. Het enige verschil is dat zij er kalm bij blijven, en dat het lange tijd sociaal acceptabel blijft, namelijk zo lang de meeste mensen het niet in de gaten hebben. Het uitgangspunt is herkenbaar functioneel: Er is een denkkader, een theorie, en dat is ook nodig om ordelijk te kunnen denken. Maar waar het vermogen om dit denkkader te overstijgen verloren gaat, verwordt het denken tot een tunnelvisie die qua kwaliteiten als denkbeeld niet te onderscheiden is van zogenaamd pathologische denkstijlen.

Zekerheid door zelfbedrog.

De omschreven beperkte denkstijl heeft dus lang niet altijd te maken met gebrekkig werkende rationele vermogens. Zoals we gezien hebben, hoeft er ook niet in alle gevallen sprake te zijn van direct overweldigende emoties. Om gewoon maar te blijven functioneren, is het vaak nodig om schijnzekerheid binnen een kortzichtige tunnelvisie hoger te achten dan de onzekerheid van twijfelen aan een bestaand denkkader. Dat zou enorm veel tijd en energie kosten, die je beter ergens anders aan kunt besteden. Zo lang de tunnelvisie werkt, zou je wel goed gek zijn om je hoofd boven bestaande denkkaders uit te steken!

DSM5 voorbij schapen

In het juist inschatten van de medemens willen we misschien wel wat meer investeren. Maar dat kan erg moeilijk zijn, en nog moeilijker is het om te weten of de inschattingen kloppen. Daardoor kan het toch nog aantrekkelijk worden om een rotsvast geloof te hechten aan een slecht onderbouwde inschatting van andere mensen. Stereotyperen en stigmatiseren biedt uitkomst om snel een gevoel van zekerheid te bereiken bij het inschatten van anderen.

In mijn eigen tunnelvisie van angst lijkt het er vaak meer op dat ik iedere vorm van zekerheid wil ondermijnen. In eerste instantie zoek ik paniekerig naar een echte zekerheid. Maar over het algemeen vind ik die niet, zodat uiteindelijk ieder vertrouwen in rationaliteit en menselijkheid weggewerkt wordt. Daarmee bereikt de emotie de zekerheid van het eigen gelijk. De ratio zal eindelijk zijn klep houden, en mijn primitieve reflexen zijn vrij om me te helpen vechten of vluchten. Hoewel het niet vaak gebeurt dat het helemaal zo ver komt, weet ik wel dat het zo is. In het diepst van de angst bestaat een primitieve zekerheid, die zich zekerder voelt dan alle rationele ‘zekerheden’ bij elkaar.

Uiteindelijk streven tunnelvisie, stigma en angstdenken dus naar hetzelfde doel: Zekerheid over iets waar geen zekerheid over is. Het streven naar zekerheid op zichzelf is niet verkeerd, maar ergens hierin wordt besloten tot zelfbedrog. In mijn beleving is dit meestal geen bewuste beslissing, en kan een poging om anders te gaan denken heel erg bedreigend voelen. Daar zitten angst en stigma volgens mij in hetzelfde enge schuitje samen met andere tunnelvisies.

Gelukkig ben ik niet voortdurend even angstig en kan ik allerlei emotionele toestanden met hun bijbehorende manier van denken en waarnemen ervaren. Ik hoop dat zowel ik zelf als anderen die op enige wijze beperkt worden door tunnelvisies, verbetering kunnen brengen in de toestand; door naast zekerheid, ook openheid voor zo veel mogelijk ervaringen met grote passie na te streven! Alle emoties, alle tunnels te kunnen ervaren en ook wat daar buiten ligt, of het nu licht of donker is –