Over de oorsprong van mijn filosoferen in de psychiatrie Deel 1: Wanhoop

In den beginne wist ik niet echt wat filosofie was. Ik was er ook niet bewust mee bezig. Terugdenkend had ik er eigenlijk een wat gespleten beeld van: Het zou een beetje zweverig en vaag zijn, maar moest grootse inzichten bevatten en levenswijsheden waar ik mezelf nog niet aan toe kon achten. Voor dit aspect had ik eigenlijk grote belangstelling, maar zou dit niet durven toegeven. Aan de andere kant stelde ik me filosofie voor als een stoffige academische discipline, die geen enkel praktisch nut had en uitsluitend beoefend werd door wereldvreemde snoeshanen die blijkbaar geen behoefte hadden om echt in de wereld te staan. Ik had geen enkele ambitie om daar bij te willen horen.

Wel las ik een boek van Nietzsche, dat mijn vader toevallig ergens op de kop getikt had: Also sprach Zarathustra. De kracht, de tegenspraak, de meerduidigheid, het steeds weer verrast worden, en het eigenlijk hoger moeten denken dan in mijn macht lag, maakten het tot een enorme bron van inspiratie. Ik begreep er weliswaar heel weinig van, maar er was niet echt een reden om dat als een probleem te zien.

Voorlopig waren er genoeg andere problemen, waarvan ik er niet over piekerde om ze met filosofie in verband te brengen. De maatschappij was een probleem, andere mensen waren een probleem, en uiteindelijk bleek ik zelf het grootste probleem. Hoewel de tekenen talrijk geweest moeten zijn, had ik het niet zien aankomen. Ik was een psychiatrisch patiënt.

WAARSCHUWING: Die hierna volgende gedachtegangen komen voort uit een in het nauw gedreven neurotische persoonlijkheid. Hoewel er niets mis is met haar verstand, is de manier waarop zij te werk gaat verre van verstandig. Aangevuurd door een diepgaand verstoorde emotionele toestand, werkt haar rationele denken als een genadeloze zelfdestructieve machine. Wie belangstelling heeft om deze manier van denken na te volgen, dient hier rekening mee te houden.

Ik was een psychiatrisch patiënt. Volgens mijn behandelaars had ik een gebrek aan zelfinzicht, en nog een hele hoop andere beperkingen waar ik zelf geen inzicht in had.

Als ik geen zelfinzicht had, had ik dus geen inzicht in het enige instrument dat mij ter beschikking staat om de wereld waar te nemen. Om mij dit goed duidelijk te maken, bleven mijn hulpverleners gedurende langere tijd bevestigen dat vrijwel alle waarnemingen van mezelf en de wereld waar ik hen over vertelde, onjuist waren of anders geïnterpreteerd dienden te worden. Mijn waarnemingen waren dus volslagen onbetrouwbaar, zodat de basis die ik had om mijn beslissingen op te baseren buitengewoon belabberd was. Ik had een groter probleem dan ooit tevoren, ik had echt geen idee meer hoe ik met mezelf moest leven!

Hier kwam nog bij dat alle uitspraken die hulpverleners zelf deden volgens hen zelf wel waar waren. Eerlijk gezegd was het nogal brutaal van mij om dit in twijfel te trekken, aangezien we het hadden over iets waar zij verstand van hadden, en ik niet. Dat zij de waarheid kenden en ik niet, was op zichzelf al erg beklemmend, maar er zat nog een ander aspect aan dat het zelfs nog verwarrender maakte. In mijn beleving was een aanzienlijk aantal van hun uitspraken namelijk tegengesteld aan andere uitspraken die zij deden. Op grond van wat ik als logisch denken beschouwde, was het daardoor onmogelijk om in te stemmen met het waar zijn van al hun uitspraken. Echter op grond van hun superieure autoriteit moest ik toch. Dit betekende dat ik ook aan mijn ‘logisch denken’ niets meer had.

Vanuit deze gedachtegangen heb ik mezelf ingeleid in een existentiële crisis van formaat, die gediagnosticeerd werd als een ernstige depressie. Opgehokt in ellende op een gesloten afdeling bedacht ik het volgende: Als mijn waarnemingen onbetrouwbaar waren, was het ook mogelijk dat ik zelf niet bestond. Dat zou nu eens heel handig zijn. Ik hoefde misschien alleen maar van het waanidee dat ik bestond af te komen, en dan zou alle ellende ten einde zijn.

Dit wilde niet lukken, en ik begon weer te denken. Verdorie, mijn ervaringen zijn dan wel inhoudelijk onbetrouwbaar, maar waar ik hoe dan ook niet onderuit kom is dat ik iets ervaar als zijnde mijn eigen bestaan! Dus hoe ik het dan ook zou moeten noemen dat er bestaat of wat het eigenlijk is, blijft dan wel een probleem, maar dat mijn ervaring op zichzelf bestaat…daar kan ik helaas niet meer aan twijfelen!

Ik begon nog wat meer te denken, aangezien ik mij toch niet aan het bestaan kon onttrekken, en in geen geval iets beters te doen had daar op die gesloten afdeling. Shit! dacht ik, dat ik daar niet eerder aan gedacht heb…Waarom ben ik er eigenlijk al die tijd zo zeker van geweest dat die hulpverleners de waarheid spreken, terwijl die nota bene een verschijnsel zijn dat ik waarneem met mijn als onbetrouwbaar verworpen waarnemingsvermogen!

Helaas kon dit inzicht niet helemaal tot een doorbraak komen, want ik dacht nog even verder. In mijn waarnemingen, het enige waar ik het toch maar mee moest doen in het leven, was het nog steeds zo dat die hulpverleners autoriteit hadden. Ik zou nog steeds behandeld worden alsof de diagnose een onbetwijfelbare waarheid was. Dit was niet afhankelijk van de werkelijke waarheidswaarde van de diagnose op zich. Zelfs al zou ik dus als enige de waarheid kennen over mezelf, dan nog zou het voelen alsof het een waanidee was doordat de mensen in mijn omgeving deze waarheid zouden blijven miskennen. Daardoor zou ik nooit tot werkelijk contact met anderen kunnen komen, en dat leek me nog altijd verschrikkelijk genoeg om niet verder te willen leven.

Ondanks alles overleefde ik lang genoeg om toch nog hulpverleners tegen te komen die mij begrepen op een manier die bevredigend dicht bij mijn eigen begrip van mezelf lag. Zoals al volgt uit de redenering hierboven, was dat precies wat ik nog nodig had om aan de crisis te kunnen ontsnappen. Eindelijk verbinding! Eindelijk gehoord, gezien en begrepen worden! Eindelijk weer mogen bestaan!

Met het hernieuwde leven werd ook mijn manier van denken over het leven, mijn ‘levensfilosofie’ vernieuwd. Nog altijd ontspringend aan hetzelfde temperament en dezelfde levenservaringen, en zowel verrijkt als diepgaand beschadigd door de crisis. Zo is dit filosoferen uit wanhoop verwekt maar door hoop tot leven gekomen.

 

Advertenties

Een gedachte over “Over de oorsprong van mijn filosoferen in de psychiatrie Deel 1: Wanhoop

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s