Wanhopige werkperspectieven.

Ten opzichte van werk voel ik me diepgaand geconflicteerd. Niet verwonderlijk aangezien ik diepgaand geconflicteerd tegenover het leven zelf sta. Maar er is een verschil tussen mijn houding tegenover het leven, en die tegenover werk. Ik weet inmiddels weer zeker dat ik wil leven, maar ik ben steeds meer gaan twijfelen of ik nog wel wil werken.

In principe wil ik enorm graag werken, en heb daar een hopeloos geïdealiseerd beeld van. Ik zie het als een soort levensvervulling. Iets waarin je jezelf realiseert, je kwaliteiten ontwikkelt, vormgeeft en materialiseert op een manier die waardevol is voor anderen. Die waarde wordt vervolgens in deze op geld drijvende maatschappij aan je uitbetaald in de vorm van geld.

Het niet hebben van werk is nu dus een groot existentiëel probleem voor mij. Tijdens mijn crisis ben ik uitgerangeerd naar de Wajong. Dit geeft mij het gevoel dat de maatschappij min of meer definitief besloten heeft dat ik niet van waarde ben, en geen kwaliteiten heb die ertoe doen. Dit in tegenstelling tot het idee dat ik juist geld krijg van de overheid omdat ieder mens iets waard is, zelfs zonder te kunnen werken. Ik ben gereduceerd tot de restwaarde van een gebroken mens, gebaseerd op niets meer en niets minder dan medelijden. Ik kan er niet dankbaar voor zijn zonder me tegelijk nog veel sterker schuldig en gefaald te voelen.

Gelukkig bestaat er ook niet-financiële medemenselijkheid, en kan ik met andere mensen over deze gevoelens praten. Er zijn genoeg lotgenoten in het GGZ die net als ik uitgerangeerd zijn. Veel van hen blijken er schrikwekkend veel vrede mee te hebben. Het scheelt denk ik dat de meeste mensen om te beginnen al niet het idee hadden dat werk de ultieme mogelijkheid biedt om je leven zin te geven, maar het vooral zien als een manier om aan geld te komen. Als je een uitkering hebt, heb je ook geld, weliswaar niet heel veel maar er valt mee te leven. Verder heeft het niet veel zin om je druk te maken, want zij kunnen echt niet werken en worden bijvoorbeeld weer psychotisch als ze het wel zouden doen. Bovendien, wat wil ik eigenlijk in die materialistische rat-race? Niemand heeft toch zin om zich af te beulen om aan de harde eisen van de maatschappij te voldoen? Moeten werken is toch juist iets dat verhindert dat je zin in het leven kunt hebben!

00-Rat-Race-Wheel-Man-and-Woman-250high

Dan praat ik maar met hulpverleners. Het is ook niet handig om het te vragen aan mensen die de strijd tegen hun ziekte al verloren hebben, of er net als ik nog midden in zitten. Hulpverleners hebben ervaring met het verloop van zulke dingen bij hun patiënten, en kunnen er van een afstandje analytisch naar kijken. Toch blijkt geen enkele hulpverlener zich te willen branden aan duidelijke uitspraken over mijn toekomstperspectieven op werkgebied. Ik moet me eerst richten op het hier en nu, op mijn behandeldoelen, en op dingen die mij plezier en ontspanning kunnen bieden. Ik leg de lat altijd zo enorm hoog, en leg mezelf veel teveel druk op.

Volgens mij ontstaat die druk geheel vanzelf, als een natuurlijk gevolg van mijn langdurig onvervulde behoefte aan een werkelijk zinvolle invulling van mijn bestaan. Ik vind het onderhand heel erg storend worden, dat het GGZ mijn perspectief steeds lijkt te willen beperken. Weliswaar zeggen ze niet hard dat ik bepaalde dingen echt niet zal kunnen. Toch geeft de manier waarop het hele onderwerp steeds buiten beeld gehouden wordt, mij het gevoel dat volwaardig werk vanuit mijn huidige positie ongeveer even realistisch is geworden als het winnen van de Nobelprijs was, in de tijd dat ik nog studeerde.

Als studenten grapten we tijdens practica wel eens over de Nobelprijzen die we gingen winnen. Dat ik mijn MSc wel zou gaan halen, leek toen nog zo goed als zeker. Ik had toen weliswaar ook al psychische klachten, maar ik leek voldoende capaciteiten te hebben om met wat goede wil echt wel zinvol werk te kunnen doen in het wetenschappelijk onderzoek.

Na mijn crisis moest ik daarentegen genoegen nemen met “dagbesteding”. De term alleen al lijkt mij vervuld te zijn van een vreeswekkende leegte. Een manier om te tijd te doden, maar met zo’n diepgaand gevoel van zinloosheid en minderwaardigheid, dat het mij veel redelijker toescheen om jezelf te doden.

Ik heb direct aangedrongen op een re-integratietraject bij het UWV. “Van nog langer uitgerangeerd blijven, zal mijn emotionele stabiliteit niet gaan verbeteren”, schreef ik aan het UWV. Ik heb mijn re-integratietraject gekregen, maar na ruim anderhalf jaar ben ik daar maar schrikwekkend weinig mee opgeschoten. Ik begin nu dus te vrezen voor een vruchteloos einde van het traject. Voor altijd in de lege zinloosheid van arbeidsongeschiktheid te blijven hangen, of door het UWV met een schop onder mijn kont verwezen te worden naar dodelijk saai werk inclusief betutteling door een werkomgeving die mij als een patiënt ziet.

Vrijwilligerswerk kan ook heel zinvol zijn. Alleen geloof ik niet dat vrijwilligerswerk voor mij persoonlijk veel minder psychisch belastend zal zijn dan betaald werk. En dan zie ik het niet ervoor betaald worden niet zo zitten. Ik ben best bereid om iets gratis te doen als ik er zelf achter sta of voor iemand die ik dat gun, maar ik vind het niet juist als ik structureel niet betaald zou worden voor werk, en overigens wel een uitkering ontvang uitsluitend door de nutteloze neuroot uit te hangen.

Ik wil dus nog steeds wanhopig graag streven naar een volwaardige en zinvolle, betaalde baan. Toch voel ik ook de verleiding om aan de weerstand toe te geven. Me bij mijn medepatiënten te scharen die vinden dat zij echt niet kunnen werken, zelfs rust en vrijheid ervaren door niet meer te hoeven werken. Want ja, ik vrees ook voor ondraaglijke werkdruk en wantoestanden in de “rat-race”, en daarbij nog het risico om ook in werk mijn streven nooit te vervullen en slechts een loonslaaf te worden. Ik vrees de dreigende mislukking, de mogelijkheid dat ik me in werk nogmaals te pletter zal lopen tegen mijn eigen beperkingen, of tegen de beperkingen van de maatschappij, wie zal het zeggen…

 

Advertenties

2 gedachtes over “Wanhopige werkperspectieven.

  1. Hoi Bianca, leuk dat je weer iets geschreven hebt.
    Ik moet zeggen dat ik heel blij ben met het vrijwilligers werk dat ik doe, ik had ook niet gedacht dat het zo vervullend zou kunnen zijn, misschien kun je het zien als opstap naar een betaalde baan. Er is heel veel en divers vrijwilligers werk te vinden in Nederland, en er is altijd vraag naar, vaak kun je ook je eigen tijd indelen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s